Terug naar de krant

Niets menselijks is het interview vreemd, maar de krant moet geen safe space zijn

rubriek De ombudsman
Leeslijst

Wat een aanstellers. Een deel van de kritische opmerkingen over het interview (Deze demonstranten voelen nog dagelijks de klappen van de ME, 16/12) leek geboren uit een verlangen om iets onaardigs te zeggen over de twee mensen die vertelden hoe ze op 13 november hard door de politie waren geslagen in het Westelijk Havengebied in Amsterdam en over de gevolgen daarvan. De portee was dat wie deelneemt aan een verboden demonstratie en aanwijzingen van de politie negeert, niet moet klagen.

In de slipstream van die onwelwillendheid school ook een journalistiek verwijt: dat NRC de twee mensen had laten ‘leeglopen’ zonder weerwerk te geven: „Iedere kritische noot richting demonstranten ontbreekt”. Volgens verslaggever Juliët Boogaard was de verboden demonstratie (tegen het geweld in Gaza) niet het onderwerp van het interview. „Dat ging over de gevolgen die het politie-optreden had voor deze mensen. Ook als mensen in overtreding zijn, is wat de politie doet aan regels gebonden.” Of het tegen de demonstranten gebruikte geweld proportioneel was, wordt onderzocht. Overigens vermeldde het artikel (en de eerste zin van het intro) expliciet dat de twee deelnamen aan een verboden protest.

Donker parkeerterrein

Bovendien – ik vond dat het interessantste deel van het verhaal – stond Boogaard uitgebreid stil bij wat er tot nu toe bekend is over de bewuste avond (ze schreef er al eerder over). Aan het ME-ingrijpen op 13 november ging een onoverzichtelijke situatie vooraf. De demonstranten waren per bus afgevoerd naar een verlaten, donker parkeerterrein. Daar moesten ze de bus uit, maar de nu in NRC geïnterviewde vrouw durfde dat niet en bleef in het voertuig achter met de chauffeur en een ov-handhaver. Een deel van de demonstranten meende dat zij in de bus werd vastgehouden en sloeg een ruit in. De handhaver – ook bang – riep de ME op, die het geweld gebruikte dat nu onder de loep wordt genomen.

Boogaard heeft overwogen om haar artikel te beginnen met de reconstructie van de gebeurtenissen in het havengebied, maar besloot dat niet te doen. „Daarvoor zou je ook het onderzoek van de politie moeten meenemen en dat is er nog niet. Ik vond het belangrijk om nu al het verhaal van deze mensen te vertellen omdat de gebeurtenis nazingt in de samenleving. Een verhaal over de impact van politiegeweld beginnen met reconstructie-elementen kan de lezer op het verkeerde been zetten.”

Die keuze leidde wel tot een erg grote hoeveelheid persoonlijke details. Ik las over kalmeringsmiddelen, een mentale steun biedende hond en aanhoudende fysieke en psychische kwetsbaarheid. Ik begrijp dat dat lezers in de verleiding brengt om een (loffelijk of badinerend) oordeel over deze twee individuen te geven. Zo’n oordeel leidt hier af van de maatschappelijk relevante vraag of het politie-optreden in de haak was. Ik denk trouwens niet dat een ‘confrontatie’ van de geïnterviewden met het feit dat burgers in principe de aanwijzingen van de politie moeten opvolgen, dat effect had verminderd.

Het gesprek was niet het enige verhaal dat lezers kritiekloos voorkwam. Dat gold ook voor het interview met Raymond Cloosterman, géén slachtoffer van politiegeweld, maar de baas van de Rituals, de buitengewoon succesvolle verkoper van „luxe cosmetica, crèmes, kaarsen, zeep, parfums, geurstokjes (ook voor in de auto), thee”. Hij werd uitgebreid geportretteerd door Jannetje en Rinskje Koelewijn in het aan cadeaus gewijde decembernummer van NRC Magazine.

Hij vertelde onder meer over de zorg die hij besteedt aan het welzijn van zijn medewerkers, die „in principe in vaste dienst” zijn en voor wie yogalessen en psychosociale hulp beschikbaar zijn. En dat „hij zich schuldig voelt als hij thuis de boodschappen uitpakt, al die troep die mensen produceren”.

Daar ontbraken onderwerpen, schreef lezeres Jessica Nielsen: „In 2022 werd Rituals veroordeeld voor discriminatie, geen woord hierover. Cloosterman houdt niet van overbodige spullen, alsof iets van wat hij produceert anders dan overbodig is. Bij bestuderen van de Rituals-website lijkt duurzaamheid vooral in woord, niet in daad beleden te worden. Ik kan bijvoorbeeld niets terugvinden over hun verpakkingen, over hun productieproces, over de arbeidsvoorwaarden van de mensen in de productiefaciliteiten.”

Seksediscriminatie

Dat zijn goede vragen. De discriminatiezaak diende voor het College voor de Rechten van de Mens. Dat bepaalde in augustus 2022 dat Rituals zich schuldig maakte aan seksediscriminatie door vrouwelijke winkelmedewerkers te verplichten make-up te dragen op hun werk (en mannen niet). Rituals verklaarde destijds aan NRC de regels te hebben aangepast: „Volgens het bedrijf is het dragen van make-up – zowel in voorschrift als in de praktijk – voor álle werknemers nu een ‘vrijwillige optie’.”

De auteurs overwogen niet om de discriminatiezaak te noemen in het interview, zegt Jannetje Koelewijn. „Als het geen verhaal voor het magazine was geweest, hadden we dat wel gedaan.” De chef van het Magazine, Milou van Rossum, was blij met het interview. Het is niet de bedoeling om in het blad mensen weg te zetten als onaangenaam, zegt ze. „We kiezen interessante mensen bij een thema. Maar het mag schuren. Zo’n vraag over discriminatie kan wat mij betreft prima worden gesteld.”

Ik zie hier wel het gevaar van een moeizame evenwichtsoefening. Want hoewel het Magazine inderdaad geen ‘harde’ nieuwsomgeving is, lijkt het mij dat wanneer iemand zich voor laat staan op de ethische elementen van zijn ondernemerschap, hij dan ook aan de tand gevoeld moet worden over omstreden kwesties. De krant moet geen safe space zijn.

Arjen Fortuin

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 21 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in