Terug naar de krant
Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

`Nu politicus zijn is een hondenbaan'

Archief

Net als in het Nederland van na Fortuyn kampen politici in België met onberekenbare kiezers. Volgens socioloog Luc Huyse vormen zij de oorzaak van de crisis in de westerse democratie. `Als je gepensioneerden wilt aanspreken, moet je 36 verschillende verhalen hebben.'

Leeslijst

`Mensen voelen zich steeds minder verbonden met politieke partijen. In plaats daarvan zie je ad hoc groepen die de gevoeligheden van burgers weten te bundelen. Dat geeft ze het houvast én de gezelligheid die ze vroeger binnen een politieke zuil vonden. In zo'n groep zitten arbeiders, directeuren, bejaarden en jongeren, mensen met diverse achtergronden, die op verschillende partijen stemmen. Neem de bewoners van de noordrand van Brussel, die met hun protest tegen het lawaai van de nachtvluchten één van de grootste koeriersbedrijven ter wereld uit België dreigen weg te jagen. Er zijn maar weinig politici die weten hoe ze met zo'n groep om moeten gaan, omdat ze zelf nog de traditionele partijen vertegenwoordigen.''

Geïntrigeerd maar ook bezorgd kijkt de Leuvense socioloog Luc Huyse naar de turbulentie in de politiek. De democratie is in een crisisfase beland, schrijft hij in zijn onlangs verschenen boek Over Politiek. In het laatste, nieuwe deel (de eerste drie delen zijn oudere essays) stelt Huyse, hoogleraar met emeritaat, vast dat de hedendaagse politiek vooral gekenmerkt wordt door haar hybride karakter: het oude systeem kalft af, maar het nieuwe dient zich nog niet echt aan. Kiezers en politici weten niet meer wat ze aan elkaar hebben. Dat maakt iedereen ongeduldig.

,,Het politieke toneel'', zegt Huyse, wiens werk in België als gezaghebbend wordt beschouwd, ,,heeft geen regisseurs meer. Het oude draaiboek, met acteurs en toeschouwers die wisten wat ze aan elkaar hadden, klopt niet meer. Iedereen improviseert. Er zit niets anders op. Dat geldt niet alleen voor België, maar ook voor Nederland en andere West-Europese democratieën. Vroeger werd het gedrag van burgers geregeld door de zuil of de politieke familie waar ze toe behoorden. Bij de verkiezingen waren er zelden grote verrassingen, een enkele uitzondering daargelaten. Zo kregen de Belgische christen-democraten gedurende de jaren vijftig ongeveer zestig procent van de stemmen. Een procent meer of minder bracht hun regeringsdeelname niet in gevaar: sinds de Tweede Wereldoorlog zaten zij in bijna alle regeringen. Nu zijn er alleen al in Vlaanderen vier partijen die tussen de 18 en de 24 procent halen. Een klein verschil in de uitslag, en je hebt meteen een totaal andere regering. In Nederland zie je dat ook: mensen steken politieke grenzen over die ze vroeger, wegens de sociale controle, de familie of hun geweten niet waren overgestoken. Electorale monogamie bestaat niet meer. Dat leidt tot onzekerheid en onvoorspelbaarheid.''

Hoe kunnen politici daar op inspelen?

,,Moeilijk. Hun wordt vaak verweten dat ze `niet naar de burger luisteren'. Maar is het nog mogelijk goed naar de burger te luisteren? Volgens mij niet. `De burger' bestaat niet meer. De samenleving is een verzameling individuen geworden die je steeds moeilijker in groepen kunt indelen. De ontzuiling is maar het topje van de ijsberg. De onvoorspelbaarheid zit veel dieper. De sleutelgegevens waar het beleid van de politici altijd op rustte zijn weg. Wat is een `gepensioneerde'? Ooit was dat redelijk eenduidig. Nu zijn er 36 manieren om met pensioen te gaan. Als je gepensioneerden wilt aanspreken, moet je 36 verschillende verhalen hebben. Het `gezinshoofd' was vroeger een man. Nu kunnen het twee vrouwen zijn.

,,Voor beleidsmakers is het regeren geworden in een `ongekende samenleving', zoals mijn Nederlandse collega Lijphart heeft gezegd. Dat is niet de schuld van de politici. Door sociologische veranderingen kunnen zij niet meer namens of voor een homogene groep reageren op situaties. Hoe klantvriendelijk de overheid ook is, je kunt de burger tegenwoordig nooit genoeg bedienen. De levensloop van de mens ligt niet meer vast. Voor vrouwen lagen er vroeger misschien zes of zeven scenario's klaar. Iedereen volgde die min of meer. Nu zijn het er wel zestig of zeventig. Men creëert doorlopend nieuwe situaties – niet alleen in België, ook elders in Europa, zij het overal in een ander tempo. Eerst kregen we het homohuwelijk. Nu weer adoptie door homoparen. Het is een verloren gevecht: de ene situatie is nog niet opgenomen in de wet, of de volgende dient zich aan. Nu politicus zijn is een hondenbaan.''

Dus de politicus zoekt net zo hard naar houvast als de burger?

,,Ja. Ze weten allebei niet meer met wie ze zich moeten identificeren. Partijen wortelen in de negentiende eeuw. Maar is het procédé van een partij voor de eeuwigheid? Ik betwijfel het. Partijen worden een soort kiesverenigingen, die tussen de verkiezingen door in winterslaap gaan. In Italië is dat proces ver gevorderd. Partijen zullen niet verdwijnen. Maar ze bestrijken het middenveld niet meer. Vlak voor het faillissement van Sabena zag je dat de piloten zélf met de regering gingen onderhandelen. Vroeger deden de vakbonden dat, en die waren weer gelieerd aan de partijen. Zoiets is een teken aan de wand.''

U schrijft in uw boek dat burgers zich in andere verbanden organiseren dan vroeger. Gaan die nieuwe organisatievormen de partijen `vervangen'?

,,Zolang we niet weten hoe het nieuwe systeem eruitziet, is dat moeilijk te zeggen. We zitten in een overgangsfase. Ik zie drie nieuwe organisatievormen ontstaan. Ten eerste levensstijl-enclaves. Die rekruteren, anders dan de gezelligheidsverenigingen vroeger, een betrekkelijk homogene aanhang. Vaak hooggeschoold. Je hebt milieu- en natuurverenigingen, vredesgroepen, derde-wereldgroepen. Het is niet meer ideologie die deze mensen bindt. Dat ging door alle klassen heen. Het bindweefsel is nu `gevoeligheden'. Soms zijn die groepen uitgesproken vluchtig en ad hoc. Ze kunnen zo weer verdwijnen. Zoals bij de actiegroep tegen de nachtvluchten, of die van ouders van verongelukte kinderen, of van de mensen die actie voeren tegen de flitspalen. Eén klacht of zorg is soms alles wat hen bindt.

,,Ten tweede veroorzaken ook de media groepsvorming – virtuele groepen. Sommige tv-omroepen doen acties tegen kanker of organiseren themadagen waar een hoop volk op af komt. Dat kan een politieke rol gaan spelen. Het idee om een `politieke Idols' op te zetten, is daarvan een goed voorbeeld. Kijkers kiezen iemand, en die moet dan door een bestaande partij op de lijst wordt gezet.''

In Groot-Brittannië mochten luisteraars van een radio-station laatst voor wetsvoorstellen stemmen. Een Labour-parlementariër zou het winnende voorstel in het parlement indienen. En dat voorstel was: winkeliers die dieven neerschieten, worden niet meer gestraft.

,,En diende de parlementariër het voorstel in?''

Hij deed het, maar met tegenzin.

,,Ik zeg weleens: de maatschappelijke `bedrading' die de zuilen vormden wordt nu deels vervangen door de tv-bekabeling. Zenders proberen steeds meer om kijkers en luisteraars samen te brengen. Ze geven mensen stickers voor op de auto of organiseren bijeenkomsten met presentatoren of acteurs: duidelijke pogingen tot groepsvorming.

,,De derde organisatievorm is nog vluchtiger dan de eerste twee: massale mobilisatie op basis van emotie. Hier in België gebeurde dat na de dood van koning Boudewijn. De Witte Mars is ook een prachtig voorbeeld. In Spanje gebeurde het naar aanleiding van de moord op politici door de ETA. Jullie hadden de collectieve rouw na de moord op Pim Fortuyn. En de dood van Diana legde heel Groot-Brittannië lam. Die uitbarstingen zijn politiek significant en toch ook weer niet: de boodschap is vaak mistig. Ik schrijf in mijn boek: als boeren naar het huis van de premier trekken, is de boodschap meestal duidelijk. Maar uit de Witte Mars kan iedereen de conclusie trekken die hem uitkomt. Net een cryptogram. Sommige mensen waren daar uit afschuw over wat Dutroux gedaan had, anderen uit algehele onvrede over de manier waarop het land wordt geregeerd of omdat ze hervormingen wilden bij de politie en justitie. Velen vonden het, denk ik, gewoon fijn om er te zijn. Het gaf ze een gevoel van saamhorigheid.''

Vroeger, schrijft u, ging de politiek vooral over het bedwingen van conflicten binnen de bevolking. Nu gaat het om conflicten tussen burgers en politici.

,,In België draaiden de grote politieke conflicten van de laatste anderhalve eeuw vooral om drie zaken: levensbeschouwelijke tegenstellingen, sociaal-economische tegenstellingen en communautaire tegenstellingen. Levensbeschouwelijke conflicten waren conflicten tussen de katholieken en de vrijzinnigen. Elke generatie had haar eigen schoolstrijd, zeg maar. Sociaal-economische conflicten waren ruzies tussen werkgevers en werknemers. Ook dat ging generaties lang door. Communautaire tegenstellingen draaiden om Vlamingen en franstaligen die vochten om grondgebied of geld van de staat. De hele politiek was ingericht op het beheersen van die drie breuklijnen. Dat lukte uiteindelijk ook altijd. De zuilen kanaliseerden de onvrede van burgers tot hapklare brokken. De leiders van de belangrijkste partijen gingen met elkaar aan tafel zitten, en ze wisten dat ze namens grote groepen praatten. Andere politieke problemen, buiten die drie breuklijnen om, waren `niet echt belangrijk'. De mensen begrepen dat ook.

,,Maar de conflicten van nu komen steeds minder uit die breuklijnen voort. Neem de vraag of migranten stemrecht moeten krijgen, een onderwerp dat nu in België voor verhitte politieke debatten zorgt. Dat heeft niets met de oude breuklijnen te maken. Door de ontkerkelijking zijn grote levensbeschouwelijke tegenstellingen verdwenen. Werkgevers en werknemers staan minder hard tegenover elkaar: er is nog sociale ongelijkheid, maar de verschillen zijn kleiner geworden. Als een fabriek afslankt, zijn het vaak de werknemers onderling die vechten om wie zijn baan mag houden. De vakbonden zijn minder sterk. Ook de communautaire twisten zijn in intensiteit afgenomen. De gewesten doppen deels hun eigen boontjes, en ook door de Europese eenwording is de rol van de staat nu kleiner.''

De oude politieke barsten zijn een beetje dichtgestopt, de problemen komen nu uit een andere hoek?

,,Ja. Ze zijn van karakter veranderd en ze zijn niet voorspelbaar meer. Het gaat nu om milieuvervuiling, immigratie, criminaliteit. Die onderwerpen raken iedereen, dwars door de oude zuilen heen. Ook een miljonair kan sars krijgen. Dus keren burgers zich minder tegen elkaar en meer tegen de politici, die in hun ogen niet goed reageren op wat er misgaat. Je krijgt protestgedrag. Beschuldigingen over en weer. Maar de politici beschikken nog over het oude instrumentarium, en weten niet goed wat ze ermee moeten. De oude pacificatiepolitiek werkt niet meer. Zo kan ieder incident uitgroeien tot een enorm probleem.''

Vindt u dat politici genoeg nadenken over een nieuw instrumentarium?

,,Ik wil ze niet van intellectuele luiheid beschuldigen. Belgische partijen vormen steeds vaker kartels. De Vlaamse socialisten gingen samen met het kleine partijtje Spirit, de Franstalige socialisten lonken naar de Franstalige christen-democraten, enzovoort. Vrijwel elke partij denkt daarover na. Ook in Nederland wordt over kartels gesproken. Net als de kiezers steken steeds meer politici de grens van hun eigen partij over.''

Maar de mensen blijven kankeren.

,,Ze kankerden vroeger net zo hard! Maar toen had je remmen in de partij. Mensen werden met argumenten en gezag overtuigd. Tijdens de koningsrel rond Leopold III, vlak na de oorlog, slaagde de katholieke top er bijvoorbeeld in om het compromis dat `het koningschap blijft, maar de koning vertrekt' in Vlaanderen te verkopen. Dat zou nu niet meer kunnen. De politiek draaide toen om loyaliteit en argumenten. `Een paard dat door de ministerraad passeert, wordt een dromedaris', zei een oud-minister ooit, om aan te geven tot wat voor politieke gedrochten politieke onderhandelingen konden leiden. En mensen acceptéérden die dromedaris. De partij masseerde dat er netjes in. Nu draait de politiek nauwelijks meer om argumenten, maar om perceptie. De kunst is nu, voor een politicus, om alles zo mooi mogelijk voor te stellen. Je maakt van die dromedaris dus weer een paard. Daarom huren veel partijen en politici spin doctors in.''

Maar perceptie wordt gauw doorgeprikt.

,,Ja natuurlijk. En de pers speelt daar een dubbele rol in. De voormalige Franse premier Rocard zei eens: `Tussen de 95 en 97 procent van alle politieke boodschappen loopt via de pers'. Vroeger had je ook de buurthuizen, de kansel. Nu zijn politici totaal afhankelijk van de pers. Journalisten moeten kranten en zendtijd vullen en berichten keurig over de laatste kreet van de minister – want ministers reageren tegenwoordig per kreet, niet meer per decreet. Maar vervolgens leveren diezelfde journalisten de munitie om de politici onderuit te halen.''

U bedoelt: ze gaan op zoek naar iemand die ertegen is?

Ja, of ze schrijven een commentaar. Een Vlaamse minister kwam laatst met de stelling dat bedrijven meer groen moeten plaatsen. Dat komt netjes in de krant. Een dag later vraagt dezelfde krant zich af wat dat voor zin heeft. De pers heeft een januskop. Soms vraag je je af: zijn de journalisten het balletje waar de politici mee spelen, of zijn ze zelf spelers? Ze laten politici constant botsen. Als het maar lawaai maakt. Net een flipperkast.''

De democratie is in een gevarenzone beland, schrijft u. Waar eindigt deze spiraal?

,,Ik zie politici en partijen zoeken naar oplossingen. Ik noemde de kartels al. Wat mij ook intrigeert, is dat steeds meer goede politici in België `lokaal gaan'. Sterke figuren uit een partij worden burgemeester van hun stad. Jean-Luc Dehaene in Vilvoorde, Patrick Janssens van de Vlaamse socialisten in Antwerpen, voormalig christen-democratisch partijleider Stefaan de Clerck in Kortrijk. Dat is geen toeval. Het lokale is hét terrein om de verzuring tegen te gaan. Om de band met de burger weer aan te halen. Als politici in de landelijke politiek gaan, hebben ze minder oog voor de alledaagse problemen van de gewone man. Burgers verwijten hun dat. Die krijgen ook door de globalisering een herwaardering van `het kleine'. Ze houden zich vast aan hun huis, de buurt, de stad. Ik vind het dus zo gek niet als grote politici zich daar weer met de regie gaan bezighouden.''

In België kán dat: politici mogen op meerdere kieslijsten gaan staan, meerdere functies tegelijk uitoefenen. In Nederland is dat onmogelijk, al wil het kabinet het districtenstelsel invoeren.

,,Ik denk dat dat niet ver genoeg gaat. Als je de politiek lokaal wilt maken, moet je niet alleen goede politici, maar ook het beleid naar de stad halen. Je moet burgemeesters de mogelijkheid bieden ook landelijk een grote rol te blijven spelen, in het parlement bijvoorbeeld. Duobanen, ja, zoals bij ons. Er is in België veel kritiek op die cumulatie van politieke functies. Ik zie ook wel dat het nadelen heeft, als een minister tegelijkertijd burgemeester is. Maar het voordeel is dat hij nooit helemaal de band met `de straat' verliest. Ik denk dat het in de toekomst belangrijk wordt dat partijen goede mensen naar de steden sturen én naar Europa. En zich daar ook fulltime voor inzetten. Die twee niveaus worden steeds belangrijker. Tot nu toe hebben de partijen zich te veel op de nationale regering gefixeerd.''

Kan een politicus populair blijven, als hij in het Europees parlement gaat zitten? De euroscepsis neemt in de hele Unie toe.

,,Maar tegelijkertijd dringt het besef bij mensen door dat Europa belangrijk is. De globalisering krijgt een gezicht als ze bij Renault in Parijs zeggen: `We sluiten de fabriek in België'. Ook door de euro dringt Europa door in de portemonnees van de mensen. Ze gaan het voelen. Het is niet toevallig dat boeren vaak goed zijn ingelicht over Europa: het raakt ze in hun achterzak! Maar Europa is geen snelweg. Alles duurt lang.''

Gelooft u dat meer directe democratie een oplossing is voor de politieke problemen?

,,Nee, want democratie draait niet om het optellen van individuele meningen. En dat is precies wat directe democratie nastreeft. Kennelijk kwam die Britse parlementariër daar ook met een schok achter na die radioshow: ook al zeggen veel luisteraars dat een juwelier van zich af moet kunnen schieten om zijn spullen te verdedigen, is dat dan goed voor de maatschappij? Zo'n winkelier kun je wel begrijpen, daar gaat het niet om.''

Het probleem is dat je dan óók moet toestaan dat iemand een jongetje doodschiet dat een appel uit zijn tuin steelt?

,,Precies. Waar leg je de grens? Bovendien moet je dan een soepeler wapenbezit toestaan. Willen we zo'n samenleving? Dáár draait het om. Maar er is nog een niveau aan deze discussie: de misdaad wordt steeds internationaler. Veel bendes die gewapende overvallen plegen komen uit Oost-Europa. De globalisering brengt ons leuke dingen, maar ook de nieuwe, grote angsten van deze tijd: voor immigratie, misdaad, ziektes. We proberen ons ertegen te verschansen. Maar op nationaal niveau lukt dat niet meer. Iets dergelijks, maar op kleinere schaal, gebeurde aan het eind van de negentiende eeuw. Economische schaalvergroting zorgde ervoor dat mensen massaal naar de steden trokken. Die brachten ook ziektes, werkloosheid en andere ellende mee. De geprivilegieerde stedelingen probeerden zich af te keren van deze classes dangeureuses. Je zag toen allerlei angstreflexen die je nu ook ziet – een enorme stijging van het aantal strafzaken, bijvoorbeeld. Uiteindelijk is de gegoede burgerij uit welbegrepen eigenbelang sociale wetgeving gaan invoeren voor iedereen. Er werd riolering aangelegd, juist ook door de arme wijken, er kwam wat stemrecht, enzovoort. Ik hoop weleens dat deze parallel nu ook opgaat. Dat we politiek realistischer worden.''

Dat we de wereld eindelijk eens gaan verbeteren?

(lacht) ,,Uit eigen belang.''

Is dat wat de burger moet doen als hij niet nóg meer politieke turbulentie over zichzelf wil afroepen?

,,Ik zei al: ik heb geen oplossing voor de problemen waar onze democratieën mee worstelen. Maar één ding is duidelijk. Mensen kunnen niet blijven klagen: `Burgemeester, ik heb zo'n last van muggen deze zomer, doe er iets aan!' We moeten realistischer worden over wat een politicus kan, en wat hij niet kan. Veel dingen kun je lokaal regelen. Maar steeds meer problemen moeten internationaal worden opgelost. De partijen moeten dat beter gaan uitleggen dan ze nu doen. En ze moeten de daad bij het woord voegen, door ervaren zwaargewichten de Europese politiek in te sturen. Zo brengen ze de burger op den duur misschien weer wat realiteitszin bij. En realiteitszin is wat de politiek op dit moment het hardste nodig heeft.''

Burgemeester,

ik heb zo'n last van muggen deze zomer, doe er iets aan!

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 14 februari 2004.
Nog een willekeurig artikel /random

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in