‘Albert Heijn ontvangt de gerenommeerde B Corp-certificering”, meldde de supermarktketen begin december trots. Een mijlpaal, noemen ze het, die de missie van het bedrijf onderstreept: „Samen beter eten bereikbaar maken. Voor iedereen.”
Diezelfde week een whatsappje van online vleeswinkel Grutto met dezelfde boodschap: „Als eerste vleesbedrijf in Nederland. Een bijzondere prestatie, vooral omdat de vleesindustrie kampt met een negatief imago. De certificering benadrukt dat wij actief werken aan een positieve impact op mens, milieu en maatschappij.” Een vleesbedrijf met een positieve impact op het milieu? Kan dat?
Voordat we de wenkbrauwen optrekken eerst even: wat is B Corp eigenlijk? En waarin is het anders dan keurmerken die je op de verpakking ziet?
B Lab, de non-profitorganisatie achter B Corp, streeft naar een economisch systeem dat inclusief en eerlijk is en natuur en milieu herstelt in plaats van kapotmaakt. De ‘b’ staat voor benefit for all, in plaats van winst voor weinigen. B Lab bevraagt en evalueert bedrijven op vijf terreinen, waaronder milieu, werknemers en bestuur, en duikt daarvoor diep in de boekhouding van bedrijven. „Het biedt een holistische standaard waaraan bedrijven zich kunnen optrekken”, zegt directeur Tessa van Soest van B Lab Benelux.
Er zijn punten te verdienen met vinkjes bij honderden deelvragen, waarvoor bedrijven de onderbouwing moeten aanleveren, van ‘hoe lang werk je gemiddeld met je leveranciers?’ en ‘wat was je energieverbruik de laatste twaalf maanden?’ tot ‘hoe hou je verspilling bij?’. Zo kijkt B Lab hoe diep „impactmanagement” in de haarvaten van bedrijven zit, en of ze vooruitgang boeken. Daarin verschilt het van keurmerken als biologisch of Fair Trade, die aan de hand van strikte criteria naar één onderdeel kijken.
Crisp, Tony en Hak
Bedrijven betalen als ze B Corp worden, en gaan verplicht elke drie jaar opnieuw door de molen om hun certificering te behouden. In Nederland zijn nu 361 B Corps, ruim twee keer zoveel als in 2022. Van de 200 punten die te vergeven zijn, moeten bedrijven er minimaal 80 halen om B Corp te worden. „Een voorwaarde is bovendien dat je je missie vastlegt in je statuten”, zegt Van Soest. Online supermarkt Crips haalde 109,3 punten, Tony Chocolonely 125, Grutto 98,7, Albert Heijn 97,9, Danone 96,7, Bonduelle 93,7, en Hak 84,2.
Aan die scores is meteen te zien dat de duurzaamheid geen absoluut begrip is. Op welke onderdelen ze het goed doen, hoeven alleen de grote jongens openbaar te maken. Van kleine bedrijven – zo’n 95 procent van de B Corps – is wél de score, maar niet de hele beoordeling te zien.
De rapportages tonen hoe bedrijven hun organisatie inrichten om duurzamer te worden, niet hoe duurzaam ze zijn. Dat is dan ook het voornaamste bezwaar van organisaties zoals Milieudefensie tegen B Corp. „De doelen zijn niet gekwantificeerd, hoe veel en hoe snel bedrijven moeten verbeteren en of ze de juiste reductiepaden volgen, blijft onduidelijk”, vindt Peer de Rijk van Milieudefensie. „Zo kunnen bedrijven toch weer een rookgordijn optrekken. Het is best opmerkelijk dat een bedrijf dat wij op de korrel hebben, zoals Albert Heijn, wél een B Corp-certificering krijgt.”
Albert Heijn kan dan wel B Corp zijn, moederbedrijf Ahold Delhaize blijft gewoon in de top 30 van grote vervuilers van Milieudefensie staan.
Kinderarbeid
Kritiek op B Corp klinkt al langer. Kleine B Corp-koffiebedrijven uitten hun ongenoegen toen Nespresso (84,3 punten) bij de club kwam. Nespresso? De multinational die zijn winst te danken had aan kinderarbeid, onderbetaling en uitbuiting? Echt waar?
In Nederland kwamen de duurzaamheidsmanagers van bol slecht uit hun woorden toen een journalist van Follow the Money vroeg hoe een bedrijf dat voor miljarden per jaar aan spullen verkoopt, waarvan de herkomst niet altijd even transparant is, een ‘positieve impact’ kan hebben.
Van de Britse bierbrouwer Brewdog trok B Lab de certificering in nadat werknemers hadden geklaagd over een angstcultuur. Ook reclamebureaus van Havas, die met Shell in zee gingen, mochten zich geen B Corp meer noemen. Dat zijn de organisaties waarvan het bekend werd. B Lab publiceert „niet actief” welke B Corps van de lijst vallen.
Goed dat B Lab bedrijven blijft checken, kun je zeggen, maar het neemt een belangrijke zorg niet weg. Zolang bedrijven zelf kunnen bepalen welke prioriteiten ze stellen, roepen ze makkelijk het verwijt van greenwashing over zich af.
Duurzame bedrijven bestaan niet
Volmaakt duurzame bedrijven bestaan niet, volgens Wim Bartels, die als adviseur bij accountantsbureau Deloitte bedrijven al tientallen jaren adviseert over duurzaamheid. „Je kunt niet zeggen dat je duurzaam bent omdát je B Corp bent. Het doel is nul, maar niemand is daar al, het gaat om de weg ernaartoe. B Corp is een instrument om de hele organisatie de goede kant op te krijgen.”
Ook Bartels noemt Nespresso als voorbeeld: „Er zijn koffiebedrijven zónder B Corp die het beter doen.” Die maken composteerbare cupjes, betalen betere lonen, of werken CO2-neutraal. Maar B Lab kijkt niet of Nespresso beter presteert dan anderen, rangschikken is niet hun doel. Het gaat om wat Nespresso zelf doet. Bartels: „Als Nespresso werkt aan verbetering, waarom zou je ze dan uitsluiten?”

Dat verbetering voor elk bedrijf iets anders is, blijft ingewikkeld voor bedrijven die vinden dat zij de lat hoger leggen. „Toen ik zag dat Albert Heijn ook B Corp werd, wist ik het ook even niet meer”, zegt Berend te Voortwis, oprichter van Grutto, het vleesbedrijf dat „gelooft in een regeneratief voedselsysteem”. Grutto gaat verder dan AH met het programma Beter voor Natuur en Boer, zegt Te Voortwis. „De boeren met wie wij werken, gebruiken bijvoorbeeld geen kunstmest. Aan de andere kant: als AH een klein stukje de goede kant opschuift, heeft dat voor de aarde waarschijnlijk meer impact dan wanneer wij een grote stap zetten.”
Terzijde: voor Beter voor Natuur en Boer – soms ten onrechte aangezien voor een keurmerk – krijgt AH geen punten. Die krijgen ze alleen voor échte keurmerken.
Tessa van Soest begrijpt dat sommige kleintjes zich verbazen dat multinationals met hetzelfde certificaat pronken als waarvoor zij veel verder hun nek uitsteken. „Maar de kleine bedrijven zijn nodig voor innovatie, en de grote voor schaal. Je kunt zeggen: doet AH genoeg? Is dat wel een B Corp? Maar de kleine B Corps kunnen AH daar scherp op houden. Zonder die grote koplopers krijg je de economie niet de goede kant op.”