Harold
„Ik hou van versiering. Vestjes, sjaaltjes, sieraden; vrienden noemen mij wel eens een wandelende kerstboom. Ik zie er al veertig jaar zo uit. Eens in de zoveel tijd is deze oude hippielook in de mode, maar dat is altijd zo weer voorbij. Sinds twee jaar woon ik deels in Spanje en ook in de zomer draag ik daar elke dag cowboylaarzen en een spijkerbroek. In een korte broek zul je mij nooit zien.
„Ik heb mode van huis uit meegekregen. Mijn moeder was een mooie, verzorgde vrouw. Ze naaide en breide onze kleren zelf. Op de kunstacademie heb ik zelf ook een tijdje mode gestudeerd, maar uiteindelijk ben ik overgestapt naar fotografie.
„Eind jaren negentig vond ik dure spullen een tijdje erg belangrijk. Ik had een Harley Davidson, de grootste Amerikaanse auto die er bestond, kleren van Dsquared2 en Cavalli – toen dat nog geen ordinaire merken waren. Ik dacht dat ik dan gezien zou worden. Onzin natuurlijk. Nu koop ik bijna nooit meer iets nieuws. Maar ik heb nog veel kleren van toen. Keng draagt nu een oude Prada-lammy van mij uit die tijd.
„Onze smaak heeft best wat overeenkomsten, maar ook veel verschillen. Ik kijk graag naar de wijde spijkerbroeken die Keng draagt, maar dat is niks voor mij. Ik draag altijd dezelfde bootcut jeans van Lucky Brand, uit de vrouwencollectie. Toen ik veel in de Verenigde Staten was voor shoots, kocht ik ze daar. Sommige heb ik al twintig jaar, ik draag ze helemaal kapot en repareer ze zelf. Het valt niet mee om ze te vinden. Mijn vriendin struint heel Vinted af, maar nu heb ik een winkeltje in Hilversum ontdekt dat ze verkoopt.
„Mijn sieraden heb ik tijdens alle reizen die ik heb gemaakt bij elkaar verzameld. Ik ben enorm bijgelovig. Als iets mis gaat in m’n leven, doe ik gauw een ander setje sieraden om. Als het een tijdje goed gaat verander ik ze juist even niet.”
Keng
„Op de middelbare school was ik al veel met mode bezig. Dat kon haast niet anders, met zulke ouders. Mijn moeder is stylist en loopt er net zo bij als mijn vader. Overal tattoos, cowboylaarzen, altijd ringen om en zoveel mogelijk prints. We woonden in een vol Pippi Langkous-huis vlakbij het Vondelpark in Amsterdam met elke drie weken een nieuwe kleur op de muur. Op een gegeven moment dacht ik: ik wil alles strak, clean en design.
„De laatste jaren zijn die twee stijlen zich aan het vermengen. In huis, maar ook in mijn kleren. Over de kleding van mijn ouders dacht ik vroeger vaak: ik begrijp niet dat jullie dát aantrekken. Als ik nu foto’s uit die tijd zie, snap ik het wel. Ik heb jarenlang alleen maar sneakers gedragen maar sinds een paar jaar draag ik ook laarzen. Ik begin steeds meer op mijn vader te lijken. Mensen denken van ons allebei dat we willen opvallen met onze kleding. Maar het tegenovergestelde is waar, we zitten het liefst rustig in een hoekje. We kleden ons echt voor onszelf.
„We hadden vroeger een fotostudio aan huis. Als ik uit school kwam, was er vaak een shoot bezig, daar heb ik veel van geleerd. Mijn vader heeft veel tijdloze beelden gemaakt, die een verhaal vertellen of je een bepaald gevoel geven. Dat vind ik veel interessanter dan de hippe beelden die je op Instagram ziet. Na elke shoot stuur ik de foto’s meteen naar mijn vader.
„Met tatoeages ben ik al vroeg begonnen. Op de middelbare school moest ik stage lopen in een winkel, toen heb ik voor een tattooshop gekozen waar mijn ouders vaak kwamen. Ik was net zestien toen ik mijn eerste liet zetten, dat vond ik vanzelfsprekend.
„Ik koop bijna al mijn kleding vintage. Dit shirt van Comme des Garçons bijvoorbeeld, dat kan ik nieuw helemaal niet betalen. Als je goed zoekt en een beetje mazzel hebt, kom je de dingen die je graag wil hebben vintage tegen.”