Terug naar de krant

Over racisme, antisemitisme en de verleiding van de valse geruststelling

rubriek De ombudsman
Leeslijst

Bar Holland serveert giftige cocktails, daarover lijkt iedereen het eens. De uitdrukking werd twee weken geleden onder meer door burgemeester Femke Halsema gebruikt in de duiding van de rellen in Amsterdam en dook dinsdag op bij de afgetreden staatssecretaris Nora Achahbar, die „een giftige cocktail [...] van feitenvrij spinnen en speculeren” signaleerde.

De cocktail is op het eerste gezicht een prettige metafoor, die duidelijk maakt dat er sprake is van verschillende, elkaar beïnvloedende krachten. Het beeld laat echter ook iets open: namelijk in welke hoeveelheden de ingrediënten door het drankje zijn gemengd. Wat domineert de afdronk, waardoor treedt het giftige effect in werking? Daarbij ging het in concreto om twee erkende gifstoffen: antisemitisme en racisme.

Vorige week schreef ik hier over de kritiek die NRC kreeg op de berichtgeving (met name kort na de gebeurtenissen) over de rellen in Amsterdam. Een deel van de kritiek richtte zich op het Commentaar van zaterdag 9 november, waarin – in navolging van de Amsterdamse autoriteiten – zonder voorbehoud werd geschreven over antisemitisch geweld, verwijzend naar het gebruik van de term ‘Jodenjacht’, het vragen naar paspoorten en het aanvallen van willekeurige Israëlische supporters op straat. Dat oordeel vonden veel lezers ongenuanceerd en prematuur, schreven ze. Zij zagen de aanvallen als een reactie op misdragingen van die supporters, onder wie (voormalige) militairen. Ook zou het zijn gegaan om nationaliteit, niet om etniciteit.

Voortschrijdend inzicht

Columniste Karin Amatmoekrim betoogde op 12 november ook dat de rellen niet door antisemitisme werden gedreven: „Maccabi-supporters kregen geen klappen omdat ze Joods zijn. Ze kregen ze omdat ze zich schaamteloos trots toonden over de haat en de misdaden van hun regering.” Het leidde tot een grote hoeveelheid steunbetuigingen in de post, maar ook tot ruim twintig opzeggingen. Twee dagen later betwistte Sjoerd de Jong de conclusies van zijn collega-columnist. Volgens hem is het een misvatting dat antisemitisme zich slechts richt op een abstract soort ‘Joods-zijn’. Dat „verbloemt dat ‘Joods-zijn’ door antisemieten altijd al geladen wordt met hatelijke inhoud”. Een dag later legde de Israëlische historicus Amos Goldberg uit dat hij de rellen niet zag als antisemitisme, maar als „geweld tegen de achtergrond van genocide”.

Intussen was er sprake van voortschrijdend inzicht bij de commentatoren van NRC. In lijn met het bijgestelde beeld van de gebeurtenissen – we weten meer, maar hebben ook meer aandacht voor wat we niet weten – ging het op 16 november nog over geweld „dat deels waarschijnlijk antisemitisch gemotiveerd is” – een terechte nuancering.

Het is ingewikkeld functioneren voor een medium dat de nuance zoekt wanneer in het maatschappelijk debat juist een verlangen naar versimpeling domineert en waarin de regering het geweld in Amsterdam nadrukkelijk aanduidde als een „integratieprobleem”.

Haagse dynamiek

Dat brengt ons bij de tweede giftige cocktail; die rondom het vertrek van staatssecretaris Achahbar en de vraag of dat het gevolg was van racistische uitspraken in de ministerraad. Het woord ‘racisme’ werd niet genoemd in een vrijdagmiddag door NRC gepubliceerd achtergrondverhaal over het (toen nog voorgenomen) aftreden. Daarin ging het over uitspraken in de ministerraad „die haar veel te ver gingen”. En: „Sommige van de uitspraken waar zij over viel, zouden zijn gegaan over Marokkaanse Nederlanders.”

Daarna werd, ook in de berichtgeving van NRC over de mogelijke kabinetscrisis van vrijdagavond, de vraag naar racisme in de ministerraad dominant. Dat werd niet minder toen premier Schoof tijdens een persmoment vrijdagnacht vijftien maal verklaarde dat er geen racisme was of was geweest in zijn kabinet, zonder dat verder toe te willen lichten.

Ik denk dat het onmogelijk was de Haagse dynamiek van die vrijdag te begrijpen zonder te verwijzen naar de verhalen die rondgingen, maar uiteindelijk waren de grieven van Achahbar veel breder. Dat bleek toen zij dinsdagavond liet weten dat haar besluit om te vertrekken niet was ingegeven door racisme in de ministerraad, maar door polariserende omgangsvormen: „Daarmee bedoel ik de felheid binnen de ministerraad maar met name ook wat bewindspersonen en Tweede Kamerleden naar buiten toe zeggen.” NRC citeerde uit een door haar gemaakt overzicht met kwesties die zich in de volle openbaarheid hadden afgespeeld.

Vals-geruststellend

Felheid sluit racisme overigens niet uit, zoals Israëlkritiek antisemitisme niet uitsluit. Het lastige – zeker ook voor de journalistiek – is dat als een cocktail eenmaal is geschud of geroerd, je de ingrediënten niet meer kunt scheiden. In de beeldvorming gebeurde tweemaal hetzelfde: in eerste instantie kreeg één mogelijk ingrediënt het leeuwendeel van de aandacht: in Amsterdam antisemitisme, in Den Haag racisme. In beide gevallen werd de opwinding aangejaagd door al dan niet instrumentele verontwaardiging van politici en opiniemakers en moesten de feiten van straat en ministerraad achteraf worden gereconstrueerd – voor zover mogelijk.

Dat de discussie al snel over ‘antisemitisme’ en ‘racisme’ ging was, denk ik, gezien de ernst van de berichten onvermijdelijk. Tegelijkertijd zag je in beide gevallen een neiging van de publieke opinie om de ene zekerheid in te ruilen voor die van het tegendeel. Met alle nadelen van dien: voor je het weet word je verleid door de vals-geruststellende gedachte dat de rellen in Amsterdam niets met antisemitisme te maken hebben of dat het opstappen van Achahbar losstaat van racisme. Zo eenvoudig wordt de cocktail niet bereid.

Arjen Fortuin

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 23 november 2024.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in