Noem je prijs, en ik betaal het!, riep een verzamelaar uit toen ze op de schoorsteenmantel van zijn Amsterdamse appartement een buitenmodel fles Ave Maria zag staan van Prince Matchabelli, het parfummerk van de gelijknamige Georgische prins, bekend om de flessen in de vorm van een kroon. Ave Maria werd gelanceerd in 1928. „Ik weet zeker dat als ik 5.000 euro had gezegd, ze het had betaald”, zegt Pernell Kusmus, ook parfumverzamelaar. „Weet je wat er gebeurt met deze fles, zei ik. Als ik in mijn kist lig, mag iemand hem daarop kapot gooien. O, zei ze, mag ik dat dan zijn?”
Meer dan vijfhonderd flessen heeft Kusmus, waarvan de meeste in zijn opslag staan. Ze zijn hem allemaal dierbaar („Als je mij vraagt welke ik mee zou nemen als het huis in brand staat, zeg ik: ik blijf in het huis”), maar oké, een andere favoriet is VE van Versace, in een zware fles van kristalmerk Baccarat uit 1990 waarvan er maar 250 zijn gemaakt. Verder is alles wat hij heeft ouder, vaak véél ouder – met hedendaagse geuren heeft hij niets. „Die houden lang niet zo goed als oudere parfums. En de flessen zijn bijna allemaal sprays, daar houd ik niet van.” Van draaidoppen overigens ook niet. Alleen flessen met „een luxe glazen stopper” roepen zijn begeerte op.
Een obsessie werd parfum toen hij in de jaren negentig begon te werken als visagist
Zijn liefde voor geur ontstond op Aruba, waar Kusmus tot 1980 woonde. „Mijn tantes waren altijd zwaar geparfumeerd. Een vriendin van mijn moeder droeg Bal à Versailles van Jean Desprez uit 1962. Zodra ze binnenkwam, kwam ook die geur binnen. Ik heb er een knoeperd van een fles van. Als ik het ruik, ben ik weer helemaal dat jongetje van toen.”
Zijn eerste fles kocht hij toen hij vijftien was: de mannengeur Antaeus van Chanel. Een obsessie werd parfum toen hij in de jaren negentig begon te werken als visagist. „Als ik in een parfumerie was om make-up te kopen, vroeg ik of ze achter nog wat van vroeger hadden.” Tegenwoordig vindt hij zijn flessen vooral online, waar je vaak minder betaalt dan op verzamelaarsbeurzen. „Maar het is weleens gebeurd dat ik mijn huur niet kon betalen.”
Grote flessen hebben zijn voorkeur, zoals een literfles met echte parfum – de meest geconcentreerde en kostbare parfumsoort – van Lanvin uit de jaren twintig uit de vorige eeuw. De meeste grote flessen vindt hij in de VS. „Daar heb je altijd veel miljonairs gehad. Als die een fles voor hun vrouw kochten, kochten ze meteen een tweeliterfles.” Die flessen komen de laatste tijd leeg aan – parfum mag niet meer worden verstuurd vanuit de VS. Hij vult ze als het kan zelf, met the real stuff. Voor de lege literfles Halston (1975) kocht hij tien kleinere flacons eau de toilette. die hij er allemaal in leeggoot. Flessen die bedoeld zijn als etalagemateriaal wil hij alleen als ze open kunnen.
Vaak wordt gezegd dat parfum niet langer dan een paar jaar meegaat. Kusmus is het daar niet mee eens. „Het kan wat muffig worden, maar het bederft niet.” Elke dag heeft hij wel iets op uit eigen verzameling. „Geur heeft voor mij geen sekse”, zegt hij. „Ik durf alles te dragen.”