Terug naar de krant

Schimmige video’s zijn er genoeg, maar hard bewijs dat Noord-Koreanen meevechten tegen Oekraïne is er niet

achtergrond
Oorlog in Oekraïne Terwijl inlichtingendiensten spreken van duizenden Noord-Koreaanse soldaten aan het front, weten de Oekraïense brigades in Koersk nog steeds niet zeker wie ze tegenover zich hebben. „Er is hier sprake van desinformatie.”
Leeslijst

Sinds dinsdag circuleert een video van een Russisch sprekende man en een Koreaans sprekende man in een donkere ruimte met een brandend vuurtje. Het onderwerp lijkt militair: de Koreaans sprekende zegt dat er iets op hem af kwam, hij houdt vier vingers omhoog, en gebaart wat lijkt op de propellers van een drone. „En toen pakte ik hem [de man gebaart een geweer] TA-TA-TA-TA”. „Natuurlijk!”, zegt de man tegenover hem in het Russisch. „Good guy”, zegt de filmer, die giechelend luistert.

Er is nog geen onafhankelijk te bevestigen openbaar videobewijs dat Noord-Koreanen aan Russische zijde meevechten in de provincie Koersk. De video bij het vuurtje is de enige recent gedeelde openbare opname waarin zowel de Russische als de Koreaanse taal te horen zijn – maar niet te verifiëren is wanneer of waar de video is opgenomen.

Video’s van gevechtshandelingen die worden toegeschreven aan de Noord-Koreanen tonen slechts vermoedens, zeggen woordvoerders van het Oekraïense leger tegen NRC. „Op dit moment beschikken we niet over nauwkeurige, bevestigde informatie dat Oekraïense brigades Noord-Koreanen in de strijd zijn tegengekomen”, zegt een woordvoerder van het commandocentrum dat de brigades in Koersk aanvoert. „Er zijn alleen maar aannames. Wij kunnen niets met aannames.”

Dit betekent niet dat er geen Noord-Koreanen vechten in Koersk. Alleen zijn alle details hierover tot nu toe hoofdzakelijk afkomstig van de Oekraïense en Zuid-Koreaanse inlichtingendiensten – die beide weliswaar als betrouwbaar bekendstaan. Zij baseren zich op meer informatie dan de brigades dat kunnen.

Duizenden Noord-Koreanen

De mogelijke inzet van Koreaanse troepen stond al genoemd in het defensiepact tussen president Vladimir Poetin en leider Kim Jong-un van afgelopen juni. Daarin staat dat de landen elkaar te hulp schieten in het geval van agressie tegen de landen.

Op 18 oktober kondigde het hoofd van de Oekraïense inlichtingendienst Kyrylo Boedanov aan dat er meer dan tienduizend Noord-Koreaanse manschappen werden klaargestoomd voor de strijd. De Zuid-Koreaanse inlichtingendienst bevestigde Boedanovs uitspraak. Seoul toonde op diezelfde dag de vermeende aanwezigheid van een Noord-Koreaanse rakettechnicus naast een Russische militair, aan het front van Donetsk.

Enkele dagen later deelde het Oekraïense Centrum voor Strategische Informatieveiligheid, een staatsorgaan dat desinformatie bestrijdt, een video waarop te zien zou zijn dat Noord-Koreanen Russische legerbepakking kregen. Volgens het specialistische platform NK News is op de video het Noord-Koreaanse accent te horen.

Het Kremlin reageert met vaagheden op de aantijging: „Dit is onze zaak”, zei Poetin op 25 oktober tijdens de BRICS-top. En over de beelden van inlichtingendiensten: „Beelden zijn een serieuze zaak. Als er beelden zijn, dan tonen ze iets.”

‘Desinformatie’

Begin november stelde de Oekraïense minister van Defensie dat er voor het eerst kleine vuurgevechten waren geweest met Noord-Koreanen. Sinds een week komen er ook steeds meer video’s online waarop naar verluidt de inzet van Koreanen te zien zou zijn. Maar de brigades die actief zijn in Koersk, van wie de beelden afkomstig zouden zijn, willen dit zelf niet bevestigen.

„Er is hier sprake van desinformatie”, zegt de woordvoerder van de 95ste brigade, in reactie op een artikel op de Wit-Russische nieuwssite Chartija 97. „We schreven dat er mógelijk Koreanen waren. Misschien zijn zij het. Wij bevestigen dit niet, omdat wij geen nauwkeurige bevestiging hebben. Veel media hebben het verdraaid en als feit neergezet dat de beelden van Koreanen zijn.”

Er is een handvol beelden dat de inzet van Noord-Koreanen zou tonen. Er zijn beelden uit een ziekenhuis in de hoofdstad Koersk, met mannen met een Aziatisch uiterlijk die door de gangen schuifelen. Dat de beelden waarschijnlijk uit een ziekenhuis in Koersk komen, kon NRC wel verifiëren. Niet dat het Noord-Koreanen betreft.

Boerjaten

Redenen dat de aanwezigheid van Noord-Koreaanse militairen lastig is aan te tonen zijn talrijk. Wat uiterlijk betreft zijn deze mannen niet van Russische staatsburgers te onderscheiden. Zodra ze worden ingezet, vechten ze met Russische wapens, Russische uniformen en Russische bepakkingen.

Etnische minderheden, zoals de Boerjaten, Jakoeten, Toevanen, Tsjetsjenen en Dagestanen, worden door Rusland onevenredig vaak gemobiliseerd en naar het front gestuurd. Zo’n 10 procent van de inwoners van Rusland is etnisch Aziatisch. Ook vechten er onder andere Kazachstanen, Oezbeken en zelfs Nepalezen mee in Russische gelederen.

„Helaas heb ik zelf geen Koreanen gezien”, zegt de woordvoerder van de 225ste brigade, die in Koersk vecht, in een bericht aan NRC. „Ik heb wel mensen gezien die op hen lijken, maar geen zekere bevestiging.”

Eigenlijk zijn er maar twee manieren om zeker te weten met wie de Oekraïners in Koersk in gevecht zijn, stelt de woordvoerder van het commandocentrum in Koersk: de vijand doden of gevangen nemen, „zodat hij kan worden geïdentificeerd als een vertegenwoordiger van Noord-Korea. Tot nu toe hebben we nog niemand gevangen. De documenten van dode militairen met Aziatische kenmerken zijn allemaal Russisch.”

Ook de woordvoerder van het Oekraïense krijgsgevangenwezen bevestigt dat er nog geen Noord-Koreaanse krijgsgevangenen zijn.

Inmiddels spreekt de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst van „honderd doden en duizend gewonden” onder de Noord-Koreanen die vechten aan het front in Oekraïne. De Oekraïense veiligheidsdienst SBOe publiceerde woensdag een gelekt telefoongesprek.

Volgens de dienst is het een gesprek tussen een Russische verpleegkundige in een ziekenhuis nabij Moskou en haar man, die in het leger zit en bij Charkiv vecht. „Ze hebben Koreanen in ons ziekenhuis neergelegd”, zegt de vrouw. „Vandaag kwamen er 120 in [het ziekentransport]. […] Gister, lager ook al iets van honderd. Dat zijn er al 200. Hoeveel er daar nog zijn? Dat weet alleen God.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 21 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in