Nee, de boeren in Denemarken hebben niet alles gekregen wat ze wilden, zegt Yke Kloppenburg (62), in haar ruime woonkeuken aan de rand van het Deense dorp Gislinge, met aan drie kanten een weids uitzicht over pannenkoekvlak akkerland. Toch is ze te spreken over het landbouwakkoord dat deze maand werd gesloten in Denemarken. „We zijn boeren, maar ook burgers van dit land”, zegt ze. „Ook wij willen schone fjorden en een leefbaar land.”
Ze serveert pepernoten. Met haar man Rein Kloppenburg (63) verruilde ze 22 jaar geleden het Nederlandse boerenbestaan voor een Deense versie. Komend vanuit het Groningse Grijpskerk, op zoek naar meer ruimte, vielen ze voor een stukje Nederlands aandoend polderlandschap op het eiland Sjælland (Seeland), waar ook Kopenhagen op ligt. Daar runnen ze een biologisch melkveebedrijf met 235 melkkoeien, ze bewerken 285 hectare land.
Net als in Nederland liepen de laatste jaren ook in Denemarken de discussies over terugdringing van de stikstofuitstoot in de landbouw steeds hoger op. Maar hier sloten overheid, boeren en natuurorganisaties in juni samen een landbouwakkoord, dat in november groen licht kreeg van het parlement. Zonder boerenprotest stemde ook de landbouw in met forse ingrepen in de eigen sector. Klimaatdoelen zijn het uitgangspunt. Het akkoord werd zowel in Denemarken als door internationale media als ‘baanbrekend’ bestempeld.
Denemarken en Nederland lijken op elkaar. Het zijn allebei vlakke landen (Nederland nog net wat meer), met grasland, veel water en veengronden, waarop intensief wordt geboerd. Van Nederland is ruim de helft landbouwgrond, van Denemarken bijna tweederde. De veehouderij is ook in Denemarken heel intensief (veel varkens), beide landen richten zich vooral op de export van voedsel.
Ook de stikstofproblematiek is vergelijkbaar. De waterkwaliteit is in beide landen slecht, in Denemarken zelfs nog slechter dan in Nederland. Veel Deense wateren zijn ondiep en het land heeft veel minder getijdenstroom die het water vermengt met minder vervuild water. Net als Nederland zal Denemarken in 2027 niet kunnen voldoen aan de aangescherpte Europese regels voor waterkwaliteit.
De situatie in Denemarken is ernstig: 104 van de 109 kustgebieden verkeren in slechte ecologische staat. Oorzaak: uitspoeling van stikstof uit (kunst)mest van akkerland. Wetenschappers hebben onomstotelijk vastgesteld dat Deense landbouw hier voor een belangrijk deel voor verantwoordelijk is.
Ook Kloppenburg, een lange, sportief geklede vrouw met kort haar, merkt dat het water in de fjorden begint te stinken in de zomer, als de algen alle zuurstof uit het water wegnemen en vissen massaal sterven. Daar speelt landbouw een belangrijke rol in, erkent ze, maar de slechte kwaliteit van de kustwateren wordt volgens haar vooral sterk beïnvloed door de vervuiling van omliggende landen. „We moeten ervoor waken dat de boeren niet overal voor opdraaien”, zegt ze. „Daarmee wordt het waterprobleem niet opgelost, en dan hebben wij in Denemarken straks ook geen landbouw meer over.”
Beplant met bomen
Het Deense akkoord moet zorgen voor een vermindering in stikstofuitstoot van 13.780 ton in 2027. Afgesproken is dat 15 procent van de Deense landbouwgrond op vrijwillige basis uit de roulatie wordt genomen om het vervolgens te beplanten met bomen, en dat er een CO2-belasting voor boeren komt. Met dat laatste heeft Denemarken een wereldprimeur: nergens anders gaat de landbouw betalen voor de eigen uitstoot.
„Eerder werd de industrie al belast voor de CO2-uitstoot, nu was de landbouw aan de beurt”, zegt Jeppe Bruus, die dit voorjaar als minister van Belasting de onderhandelingen leidde. „Het was vooral moeilijk vertrouwen te vinden tussen de boeren en de natuurorganisaties”, zegt Bruus, inmiddels minister voor de uitvoering van het akkoord. Een belangrijke uitruil was dat de CO2-belasting laag bleef, maar dat het afstoten van landbouwgrond – een eis van de natuurorganisaties – wel onderdeel werd van de afspraken. „De boeren erkennen dat zij ook verantwoordelijkheid moeten nemen voor het klimaatprobleem”, analyseert Bruus. „De tijd was er rijp voor.”
Zo ziet de Deense landbouw- en voedselorganisatie, Landbrug & Fødevarer (L&F), het ook. „De druk om maatregelen te nemen was hoog”, zegt directeur klimaat en EU-beleid Niels Peter Nørring in zijn kantoor in Kopenhagen. „Voor de landbouw gelden in Denemarken heel specifieke doelen, wij moeten tussen de 55 en de 65 procent minder CO2 uitstoten in 2030 ten opzichte van 1990, die afspraak bestond al. En het is voor de landbouw ingrijpend om te vergroenen: met fossiele brandstoffen kun je stoppen, maar wij kunnen onze koeien en ons akkerland niet elektrificeren. We moeten dus vergroenen door betere technologie, want minder vee betekent een slechtere marktpositie en dat willen we niet.” In het parlement was een ruime meerderheid voor het invoeren van een CO2-belasting. Voor L&F was het aan tafel zitten of op het menu staan. „Wij kozen voor het eerste”, zegt Peter. „Op die manier konden we invloed uitoefenen op de afspraken die zijn gemaakt. En bijsturen waar nodig.”
Dat deed L&F met succes. De door deskundigen voorgestelde prijs van 200 euro per ton aan uitgestoten CO2-equivalent ging van tafel. En werd vastgesteld op 16 euro per ton, ingevoerd vanaf 2030 en oplopend tot 40 euro per ton in 2035. De CO2-taks is bovendien zo ingericht dat boeren pas belasting gaan betalen als ze zelf niet voldoende maatregelen nemen om hun uitstoot te verlagen. Ze hebben vijf jaar om dat te doen via technische oplossingen en er zijn forse subsidies beschikbaar. Daarmee zullen naar verwachting de meeste boeren onder het uitstootplafond vallen, hun veestapel niet hoeven te verkleinen en niets hoeven te betalen.
Yke Kloppenburg zal de CO2-taks waarschijnlijk ook niet hoeven betalen omdat voor biologische boeren andere regels gaan gelden. „Die belasting voelt wel verkeerd”, zegt ze, terwijl ze in de schemering over haar erf loopt. „Deze koeien zijn toch niet de schuld van ons klimaatprobleem?” Ze loopt een grote stal binnen waar tientallen kalfjes beginnen te loeien. Het is vier uur ’s middags, voedertijd. „Dat komt door ons, door mensen.”

Toch ziet Kloppenburg de waarde van een gezamenlijke oplossing. „Je kunt als boerengemeenschap wel altijd nee zeggen en protesteren, zoals in Nederland, maar daarmee komen we niet verder. Ook wij moeten bijdragen.” Wat ze belangrijk vindt is dat de boeren met het akkoord weten waar ze aan toe zijn en welke investeringen ze kunnen terugverdienen – het regelt de randvoorwaarden voor de landbouw voor de komende twintig jaar. „Dat geeft duidelijkheid. In het Nederlandse landbouwbeleid ontbreekt het daar vaak aan.”
Zeegrasplakkaten
Frederik Laursen zit op zijn hurken en tuurt over het wateroppervlak vanaf de westkant van het eiland Tåsinge. In het haventje, waar een paar vervallen bootjes liggen, drijven grote plakkaten zeegras. Dat is een in Denemarken veelvoorkomende plant die op grote diepte onder water groeit en belangrijk is voor een gezond ecosysteem op de bodem van brak en zout water. Door het verdwijnen van zuurstof uit de kustwateren sterft het zeegras af. Het drijft naar de kusten, waar het begint te rotten. „Die stank kent iedereen in Denemarken”, zegt Laursen.
Laursen (62), een grote man met rossig haar en een zwart petje, begeleidt zomers buitenactiviteiten: kajakken, suppen. Dan is het soms ploegen door de met algen bedekte fjorden, vertelt hij. ’s Winters is hij leraar biologie. „Wat we hier zien”, zegt hij, „is het gevolg van eutrofiëring”. Dat is het proces waarbij te veel voedingsstoffen in het water komen, veelal (kunst)mest van landbouwgrond. Het leidt tot explosieve algengroei en een gebrek aan zuurstof in het water. Onderwaterleven sterft daardoor af.
Journalisten van de Deense krant Berlingske publiceerden vorig jaar beelden die ze met duikers in een groot Deens fjord hadden gemaakt. Het troebele water met een groene sluier van de alg liet duidelijk zien dat alles onder water dood was. De publicatie kwam hard aan. Wat Denen al lang merkten, werd ook een factor in het publieke debat, wat de druk op de overheid om maatregelen te nemen vergrootte.

Christian Fromberg, werkzaam bij Greenpeace, heeft er geen vertrouwen in dat de afspraken uit dit akkoord voldoende zijn om de klimaatdoelen te halen. Of om op korte termijn het leven terug te brengen in zee. Greenpeace was geen overlegpartner, daarvoor staan hun uitgangspunten te ver af van de afspraken die zijn gemaakt. Fromberg organiseerde in het voorjaar een begrafenis voor een van de grootste Deense fjorden, inclusief doodskist en priester. „Het trok veel aandacht, maar écht strenge maatregelen bleven uit”, zegt hij in zijn kantoor in Kopenhagen. „De afspraken die nu zijn gemaakt zijn goed. Maar het is te weinig en te laat.”
Frombergs grootste kritiekpunt is dat het omzetten van landbouwgrond in natuur alleen op vrijwillige basis zal gebeuren, zonder gedwongen uitkoop. Daarmee wil de Deense regering 250.000 hectare landbouwgrond terugwinnen om bossen te planten. Ook wil de regering 140.000 hectare veenland weer in natuurlijke staat brengen. In die gebieden is het grondwater lang kunstmatig laag gehouden voor de landbouw. Daardoor komt het sterke broeikasgas methaan vrij, dat zorgt voor een hoge uitstoot. Een tussentijdse evaluatie in 2026 geldt als een stok achter de deur: dan wordt geïnventariseerd of de vrijwillige uitkoop van boeren op schema ligt.
Grote zak geld
Dat Denemarken dit akkoord heeft kunnen sluiten, tegen de Europese trend van moeizame verduurzaming in, komt mede door de politieke verhoudingen in het land. Sinds eind 2022 is een brede centrumcoalitie aan de macht met zowel de sociaaldemocratische partij van premier Mette Frederiksen, de gematigde partij (Moderaterne) en de liberale partij Venstre, die nauw verweven is met de boeren. Voor dit akkoord werd actief gepolderd: er werd steun gezocht bij vier oppositiepartijen (vier andere partijen steunen het akkoord niet) en de gemeentes werden actief betrokken.
„Er is veel draagvlak voor strenger klimaatbeleid in Denemarken”, verklaart politicoloog Wiebke Junk, van de universiteit van Kopenhagen. „De verkiezingen van 2019 zijn de geschiedenis ingegaan als de klimaatverkiezingen”, zegt ze. Afgesproken is toen dat Denemarken voorop wilde lopen, dat het land in 2030 een uitstootvermindering zou hebben van 70 procent. „Daardoor voelen partijen de electorale druk om op dit gebied iets voor elkaar te krijgen. In Denemarken is het bovendien populair om over scheidslijnen heen tot overeenstemming te komen.”
De grote zak geld die de regering hiervoor op tafel kon leggen, heeft flink geholpen. Denemarken maakt 43 miljard Deense kronen (5,8 miljard euro) vrij. Daarmee kunnen ze kwetsbare landbouwgrond opkopen en zullen ze investeren in het verduurzamen van de sector. De boeren, zegt Junk, hebben het financieel goed uitonderhandeld.
Dat de water- en stikstofproblematiek zo prominent is meegenomen in het akkoord, komt door hoogleraar Stiig Markager, de autoriteit op het gebied van mariene diversiteit van Denemarken. „Vorig jaar herfst werd ik uitgenodigd door de Deense milieuminister Magnus Heunicke”, vertelt hij in zijn werkkamer op het schiereiland Risø, even ten noorden van Roskilde. „Ik liet hem de grafieken zien die in een oogopslag duidelijk maken hoe slecht het is gesteld met de Deense waterkwaliteit en wat daartegen kan worden gedaan. Daarna was hij ervan overtuigd dat er echt landbouwgrond uit de roulatie moest om dit probleem op te lossen.”
De wetenschapper werd daarna publiekelijk aangevallen, onder meer door de vicevoorzitter van landbouworganisatie L&F. „Hij noemde me een gestoorde onderzoeker die zichzelf professor noemt, maar ik ben wel gewend dat mensen eerst ontkennen dat er een probleem is voordat ze de realiteit accepteren.” De persoon in kwestie bood nooit excuses aan, L&F deed dat wel.
Markager is voorzichtig blij met het akkoord. Het belangrijkste is, zegt hij, dat er afspraken zijn gemaakt over het omvormen van landbouwgrond. En dat de boeren een document hebben ondertekend waarin staat dat stikstof uit mest de veroorzaker is van de slechte waterkwaliteit. „Daarmee zijn ze echt fundamenteel van positie veranderd.”
Tegelijk beaamt Markager de kritiek van Greenpeace en durft hij niet te zeggen of dit akkoord écht zal gaan werken. „Uiteindelijk zullen de boeren erin moeten geloven. Dat deze, en ook de toekomstige regering deze plannen echt gaan uitvoeren”, zegt hij. „Dat ze niet over een paar jaar worden afgezwakt.” Dan, denkt hij, zou het iets kunnen oplossen. Het zal alsnog een paar decennia duren voordat de wateren weer gezond zijn, maar dat zullen zijn kleinkinderen tenminste nog meemaken.
Correctie 8/12: De naam Niels Peter moest zijn Niels Peter Nørring. Zijn functie is directeur klimaat en EU-beleid bij de Deense landbouw- en voedselorganisatie, Landbrug & Fødevarer (L&F). Dat is hierboven aangepast.