Die libi is in essentie een passage van fase naar fase. De familiebarbecues van afgelopen zomer herinnerden mij hieraan. Als ik plaatsnam tussen mijn ooms duurde het nooit lang voor ze het hadden over die ene mati van vroeger die recentelijk heen was gegaan. Wanneer ik dan een stuk verderop richting mijn spelende neefjes en nichtjes liep, spraken zij in spanning over hun aanstaande brugklaservaring. Hun ouders, die dan weer mijn neven en nichten zijn, spraken op hun beurt over hetzelfde vanuit hun perspectief. En als ik dan uiteindelijk stationeerde tussen mijn leeftijdsgenoten ging het over wie de volgende wordt die nieuw leven aan de familie introduceert. Want dit is de fase waar ik als eenendertigjarige in zit, een fase waarin nieuw leven overal om mij heen haar intrede doet. In de afgelopen maanden heb ik meer babyshowers bezocht dan verjaardagen, deels ook omdat verjaardagen nowadays eerder worden gezien als offdays.
Laatst had ik weer zo’n babyshower van een goeie vriend op de planning staan. Een regel die ik mezelf heb opgelegd is dat ik nooit met lege handen ergens aankom waar er wat te vieren valt. Wel moet ik nog wennen aan het concept babyshower, want voor wie moet ik een cadeau kopen? Is het de bedoeling dat ik iets voor het kind haal? Voor de ouders? Of moet het cadeau een kruisbestuiving zijn die een overkoepelende wens tot vervulling brengt? Omdat ik binnen ieder gezelschap waarin ik mij begeef die schrijvende kill ben, geef ik vaak een boek cadeau waarvan ik denk dat de vierende persoon in kwestie er wat aan zal hebben. Nu het steeds vaker aanstaande mensjes betreft heb ik inspiratie te kort.
Wie zit überhaupt te wachten op een cadeau dacht ik at some point, en is mijn aanwezigheid niet gewoon genoeg?
Vanaf het moment dat ik werd uitgenodigd voor die babyshower zat ik te denken met wat ik de aanstaande ouders zou verrassen. Voorheen had ik niet eens door dat het de bedoeling was dat je een cadeau meenam naar een babyshower, maar kwam ik dan toch met iets out of the box aan, bijvoorbeeld met een miniflesje paddodruppels voor een van me neven begin dit jaar. Ditmaal was de opgave meer dan duidelijk, want met de uitnodiging kreeg iedere genodigde een online wensenlijst toegestuurd – ja, dit doen men dus tegenwoordig. Aan die mate van gemakzucht weiger ik mee te doen, dus wilde ik per se iets verzinnen wat niet op dat lijstje stond, maar alles in het lijstje zou overtreffen in originaliteit. De weg van de meeste weerstand is er een die ik vaak opzoek, alleen maakte ik achteraf gezien met die keuze in dit geval de zaak onnodig complex. Met mijn armen over elkaar gevouwen zat ik in mijn donkere woonkamer voor me uit te staren, alsof ik een zevencijferige code moest kraken. Wie zit überhaupt te wachten op een cadeau dacht ik at some point, en is mijn aanwezigheid niet gewoon genoeg? Dat is voor mij genoeg als ik mensen uitnodig voor wat dan ook, op een cadeau zit ik allang niet meer te wachten. En als het om ’t gebaar gaat, waarom moet het dan per se zo origineel zijn? Ik liet het voor dat moment even op zijn beloop, en vertrouwde dat ik instinctief wel op een passend cadeau zou komen.
Twee dagen voor de babyshower schoot het me te binnen dat die shit nabij was, en nog steeds was ik niet op dat geniale cadeau gekomen. Inmiddels was alles van dat online verlanglijstje afgevinkt, van een babyteiltje tot aan Pampers, en zou alles wat ik online aan zou kunnen schaffen te laat bij mij worden geleverd. The biggest present is the present moment maakte ik mezelf wijs, en als ik daar onderdeel van uitmaak is dat dan wel mijn gift.
Eindstand ben ik niet eens naar de hele babyshower gegaan, omdat ik in de ochtend in aanloop ernaartoe besloot vijftien kilometer te rennen, en daar vervolgens een zware workout in het lokale stangenpark bovenop deed. Om half zes werd ik wakker gebeld, anderhalf uur voor die hele tori voorbij was. Daar zat ik dan.