Tot voor kort leken Rusland en China de meest directe uitdaging voor de Europese economische veiligheid – via bedreigingen als digitale spionage, hacking en te grote afhankelijkheid van producten uit een bepaald land. Toch is het de volgende Amerikaanse regering onder Donald Trump die de meeste macht heeft om de EU-strategie voor economische veiligheid te ontregelen.
De Verenigde Staten hebben Europa twee – ogenschijnlijk tegengestelde – gezichten laten zien in de omgang met de economische macht van China: één van dwang en één van samenwerking.
Tijdens de eerste termijn van Trump, en te midden van een snel escalerende handelsoorlog tussen de VS en China, oefenden de VS sterke druk uit op Europese regeringen en bedrijven om ook hun economieën op bepaalde gebieden te ontkoppelen van de Chinese (decoupling). Dit kwam het duidelijkst naar voren in de pogingen om EU-landen te laten instemmen met beperkingen op de rol van telecombedrijf Huawei in hun 5G-netwerken.
Onder Biden veranderde de aanpak: de VS vermeden expliciete dwang en benadrukten diplomatieke samenwerking met Europa, gericht op gedeelde economische veiligheid en gecontroleerde vermindering van risico’s ten aanzien van China. Sommige positieve reacties op de aanpak van Biden wijzen op effectieve samenwerking met Nederland en Japan over beperkingen op de export van halfgeleiders naar China.
Toch is zelfs deze diplomatieke samenwerking niet zonder horten of stoten verlopen. Ongeacht wie de verkiezingen had gewonnen, was het onwaarschijnlijk dat de VS de gepolitiseerde en steeds verder uitbreidende reeks ‘veiligheidskwesties’ die hun aanpak wat betreft economische veiligheid aanspoort, zou inperken. Zelfs landen die graag met de VS samenwerken, hebben al lang andere risico-inschattingen en economische realiteiten die een kloof blootleggen tussen hun belangen en die van de VS.
Halfgeleiders
Het voorbeeld van Nederland biedt een duidelijk inzicht in deze situatie. Onder ‘Trump I’ begonnen de VS de toegang van China tot geavanceerde halfgeleiders en aanverwante technologie te beperken. Dit betrof niet alleen landen die halfgeleiders produceren, zoals Taiwan en Zuid-Korea, maar ook landen die apparatuur maken die nodig is om chips te produceren, zoals Nederland.
In 2018 begon de regering-Trump gesprekken met de Nederlandse overheid over het beperken van de export naar China van ASML, ’s werelds grootste fabrikant van chipproductieapparatuur. Een jaar later stopte de Nederlandse regering de export van de meest geavanceerde apparatuur van het bedrijf naar China. Onder president Biden hield de Amerikaanse druk op Nederland aan, wat leidde tot verdere beperkingen op de verkoop van ASML-apparatuur in China.
Deze hulp aan de VS brengt kosten met zich mee voor Nederland. ASML is het grootste technologiebedrijf van de EU. Als gevolg van opeenvolgende beperkingen opgelegd door de VS, kan ASML nu alleen oudere modellen van chipproductieapparatuur aan China verkopen. Dit is bijzonder relevant nu ASML in andere belangrijke markten minder bestellingen voor nieuwe apparatuur krijgt dan verwacht.
EU-bedrijven zijn kwetsbaar voor druk vanuit de VS, China of Rusland
De Nederlandse ervaring met ASML laat zien dat bondgenoten en partners van de VS erop moeten rekenen dat de nieuwe regering dwangmaatregelen zal verkiezen boven samenwerking bij het nastreven van een op China gerichte economische veiligheidsstrategie. Dit zou kunnen betekenen dat de controles op ASML verder worden aangescherpt, of dat druk op Europese landen om activiteiten van Chinese technologiebedrijven, zoals Huawei, te beperken, weer wordt opgevoerd.
Het is daarom van belang dat de EU ervoor zorgt dat haar instrumenten om economische veiligheid te beschermen en te bevorderen, niet alleen toepasbaar zijn op China en andere niet-westerse actoren, maar ook op de VS.
Bijzonder kwetsbaar
De EU moet haar ‘Antidwanginstrument’, een afschrikmiddel dat derde landen die de EU of haar lidstaten onder druk willen zetten op andere gedachten moet brengen, snel aanpassen, zodat niet alleen de regeringen van lidstaten, maar ook hun bedrijven worden beschermd. Dit idee is minder vergezocht dan het in eerste instantie lijkt, aangezien het EU-beleid rondom anti-dwang oorspronkelijk gericht was op de VS tijdens de eerste Trump-regering.
Europese bedrijven zijn bijzonder kwetsbaar voor druk vanuit de VS, China of Rusland, tenzij ze door de EU als geheel worden beschermd – en niet alleen door hun eigen regering. Bovendien geldt: hoe beter Europa is voorbereid op uitdagingen vanuit de VS, hoe beter het kan optreden als een zelfverzekerde en sterke partner voor de VS in relatie tot China of Rusland.
Naast een dwingende of samenwerkende VS zouden de EU en lidstaten zoals Nederland een op belangen gebaseerde vorm van economische veiligheidscoördinatie met de VS en Aziatische partners zoals Japan moeten nastreven. Juist nu moet de EU vaststellen hoe haar eigen economische veiligheidsstrategie risico’s vanuit de Verenigde Staten omvat, inclusief die in het verlengde van het Amerikaanse beleid richting China.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/4a3ec6c-commentaar-artikelafbeelding-2024.png)