Yossef Kallid Abuzeynrea. Grote donkerbruine ogen. Negen jaar oud. Acht jaar in Nederland. Houdt van roze koeken en voetbal. Moet terug naar Eritrea, een land dat hij niet kent. Met zijn moeder. Want regels zijn regels.
Dit keer was het de Alkmaarsche Courant die opstond, voor Yossef. Soms moet je als krant je eigen veiligheid achter je laten, kleur bekennen en een kant kiezen, schreef hoofdredacteur Geert ten Dam. Hij had dat negenjarige joch op zijn netvlies en besloot de kracht van zijn krant in te zetten om het noodlot te keren.
Ik hoop dat het lukt. Ik vraag me alleen af wat ik als journalist, of namens mijn krant, kan doen voor de tientallen Yosseffen op mijn eigen netvlies.
Mag ik even voorstellen?
Mina William. Ik dacht dat ik een meisje zou treffen toen ik hem deze zomer opzocht. Ik had op het station een meisjestijdschrift gekocht. Maar Mina bleek een zorgzaam en keurig jongetje in een Haags bovenhuis vol Mariabeelden. Nu is hij 13. Zijn ouders ontvluchtten Egypte, Mina werd in Nederland geboren. Hij lijdt onder de onzekerheid en beperkingen van het illegale bestaan. En misschien nog wel meer onder het verdriet en de angsten van zijn over-emotionele ouders. Mina zit in de brugklas, wil piloot worden of architect. Hij volgt de tienersoapserie Spangas. Hij leest Carry Slee. Mina moet naar Egypte.
Een paar weken later was ik in Huizen, op bezoek bij Aziz (bijna 12) en Ramadan (10) Kargbo. Aziz was twee, Ramadan negen maanden toen ze met hun moeder Sierra Leone ontvluchtten. Aziz en Ramadan hebben net zulke donkere ogen als Yossef. Ze voetballen bij s.v. Huizen op voetbalschoenen met gaten erin. Er is geen geld voor nieuwe. Ze hebben het liefst hagelslag op hun brood. Zij moeten terug naar Sierra Leone.
Het begon met Sahar, het meisje van 14 uit Sint Annaparochie dat terug moest naar Afghanistan. Toen kwam Mauro, de achttienjarige asielzoeker die na tien jaar terug moest naar Angola. Driekwart van de Nederlandse bevolking vond dat hij mocht blijven, peilde het NIPO. Van de CDA-achterban was dat 74 procent, bij de VVD 60 procent en bij gedoogpartner PVV 59 procent. Het hielp maar ten dele: hij mag een tijdelijk studievisum aanvragen.
En nu is er Yossef uit Eritrea. Inmiddels roert ook de burgemeester van Alkmaar zich. Die wist te voorkomen dat Yossef moest verhuizen naar het uitzetcentrum in Katwijk. Het zou zijn negende verhuizing worden.
Maar wat gebeurt er met de andere Yosseffen? Rond de tweeduizend kinderen die langer dan acht jaar in Nederland wonen, moeten terug naar het land waar hun ouders vandaan komen. Als je ze niet kent, kun je je schouders erover ophalen. Als je ze leert kennen, is dat onmogelijk.
Als je voor een landelijk dagblad een aantal jaar over asielzoekers en illegalen schrijft, weten ze je te vinden. Ook de kinderen van die illegalen en asielzoekers. Vorige week nog mailde Aram (13): ‘Goedendag, Ik ben Aram. U had een interview met mij in Sint Annaparochie. Ik ben verhuisd naar het asielzoekerscentrum Katwijk. Het is hier echt slecht, mijn broertje heeft geen goed onderwijs en ik mag de gemeente niet uit. Ik heb een week geleden te horen gekregen dat ik het land uit moet. Ik wil graag met u zo snel mogelijk contact. Uw hulp is echt nodig. Groeten Aram.’
Aram is hier geboren, net als zijn achtjarig broertje. In het asielzoekerscentrum in Sint Annaparochie was hij de buurjongen van Sahar. Sinds kort zit hij in het AZC in Katwijk, de plek waar Yossef bijna heen werd gebracht. Het gezin moet worden uitgezet naar Irak.
Aram heeft ook donkere ogen. Dat is iets minder goed te zien dan bij Yossef. Aram heeft zijn ogen altijd half gesloten. Hij kán ze niet goed openen. Een bijeffect van de psycho-sociale problemen die hij ontwikkelde in de jarenlange onzekerheid van de asielprocedure. Hij is angstig en somber. Hij kan niet meer spelen. In het asielzoekerscentrum van Sint Annaparochie werd hij behandeld, net als zijn getraumatiseerde ouders. In Katwijk is die hulp er niet.
Zo’n tweeduizend kinderen wonen jarenlang in Nederland. En moeten weg. Hadden al weg moeten zijn. De vraag is of je dat de kinderen kan verwijten. Het is zelfs de vraag of je het de ouders kan verwijten – soms kunnen ze niet weg, soms duurde de procedure eindeloos, soms zijn ze van angst verlamd. Maar die vraag is tenminste legitiemer. Kinderen hebben geen keuze. Die pakken niet op eigen houtje de koffer in om het vliegtuig te nemen. Deze kinderen hebben niet gekozen voor de situatie waarin ze zitten.
Ruim 28.000 uitgeprocedeerde asielzoekers kregen in 2007 een generaal pardon. Zij moesten vanaf 1 april 2001, of eerder, onafgebroken in Nederland zijn geweest. Voor 28.000 mensen kwam daarmee een einde aan de onzekerheid. Zoals bij elke regeling zijn er altijd mensen die er nét buiten vallen. Die op 2 april 2001 in Nederland arriveerden. Of die een paar weken buiten Nederland waren, voor een operatie of om elders asiel aan te vragen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de familie van Aram. Een eenmalig pardon lost niet alle problemen op. Volgende maand staat er, na Sahar, Mauro en Yossef, weer een nieuw kind in de schijnwerpers. Het gaat om kinderen die eigenlijk niet terug kunnen naar hun land van herkomst, omdat ze dat niet hebben. Dat hebben alleen hun ouders.
Moeten we niet af en toe met ons hand over ons hart strijken en zeggen: oké, regels zijn regels, maar voor deze kinderen pakken ze zo rot uit dat we er een oplossing voor bedenken? Dan kunnen zij eindelijk door met hun leven. En wij ook.