In een vijfsterrenhotel leef je even een droomleven waarin niets te gek is, zegt Sladjana Labovic. „Ook al zou je om mayonaise op je ijsje vragen, je krijgt het gewoon. Bij een hotel uit een andere klasse durf ik minder snel te vragen of de spruitjes iets korter gekookt kunnen worden.”
In 2014 sliep Labovic voor het eerst in een vijfsterrenhotel: het Greenwich Hotel van Robert de Niro in New York. Ze maakte als freelancer een reportage over het New York van De Niro voor het Het Parool. „Er stond in mijn kamer een mand vol snacks: pretzels, chocola, chips, nootjes. Alles bij elkaar was het misschien 15 dollar waard, maar omdat het gratis was voelde het zó luxe. En zoals het gaat met luxe: het is lastig om vervolgens met minder genoegen te nemen.” Je weet dat je in de juiste league zit, heeft ze geleerd, als je gevraagd wordt of je gebruik wil maken van de turndown service. „Dan zetten ze ’s avonds de avondverlichting en de tv vast voor je aan en doen ze de gordijnen dicht. Onzin, natuurlijk. Maar wat een weelde!”
Voordat ze een hotel boekt, checkt Labovic welke producten er in de badkamer staan. Haar „andere verslaving” is geur, en „goede hotels hebben samenwerkingen met luxe merken als Le Labo of Acqua die Parma”. Esthetiek is ook erg belangrijk. Het Four Seasons in Kyoto, bijvoorbeeld, bleek wel een erg „zakelijk randje” te hebben. „Geef mij maar een hotel met wat meer lef in het design.”
Labovic gaat liever „kort en goed” weg dan „lang en minder”. Langer dan een paar nachten in een vijfsterrenhotel wordt voor haar een „te dure grap”. Ze is niet gebonden aan schoolvakanties en kan dus in minder drukke en betaalbaardere periodes boeken. „Als The Setai in Miami in februari op z’n goedkoopst is, betekent dat dat ik in februari op vakantie ga”, zegt ze. „Ik moet altijd even aan de financiële beademing na zo’n trip, maar gelukkig kan ik er écht van genieten. Juist omdat ik er hard voor werk. Mijn ouders zijn als gastarbeiders naar Nederland gekomen. Ze hebben hun best gedaan om mijn broertje en mij een goede toekomst te kunnen geven. Mijn hotelverslaving is misschien wel mijn manier van zeggen: Look mom, I made it!”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/07/25113217/web-0607MAGonweerstaanbaar1.jpg)
Labovic heeft een partner, maar gaat vaak alleen op vakantie. Ook in Nederland boekt ze regelmatig een hotelnacht voor zichzelf. Voor het gemak, bijvoorbeeld als ze na het Boekenbal niet meer naar haar huis in Utrecht wil reizen. Of voor de lol. Of om even in een „prikkelloze omgeving” te zijn. „Thuis is er altijd wat te doen: boodschappen, iets met de kat, opruimen. In een hotel kan ik rustig nadenken. Ik denk dat ik álle grote beslissingen in mijn leven in hotelkamers heb genomen.” Haar eerstvolgende vijfsterrenovernachting heeft ze gepland bij hotel Karel V in haar woonplaats Utrecht.
Haar werkafspraken doet ze ook vaak in hotellobby’s. „Soms zit ik in vier verschillende lobby’s per dag.” Deze foto is genomen in het Conservatorium Hotel in Amsterdam, waar ze vooral afspraken met bekende Nederlanders inplant; Labovic heeft onder anderen met Eva Jinek en Splinter Chabot boeken gemaakt. „De ruimte is prachtig. En het publiek is hier óf internationaal óf ook beroemd, dus mijn afspraak en ik kunnen er ongestoord praten.”