Op het moment dat hij de telefoon opneemt, zijn er slopers aan het werk op het erf van Peter Voormeeren in het Gelderse Voorst. „De bedrijfsgebouwen en de stallen worden neergehaald”, zegt de voormalig melkveehouder terwijl hij een rustig plekje opzoekt om te praten. „Ik heb dubbele gevoelens. Want het is toch je levenswerk waar je je hart en ziel in gestopt hebt. Daar moet je nu afscheid van nemen. Op deze locatie is mijn vader begonnen, mijn ouders wonen hier ook nog steeds.”
Fotograaf Gerlinde Schrijver, zelf dochter van veehouders, volgde Voormeeren het afgelopen jaar, een periode van grote veranderingen voor hem. Hij moest vanwege een botziekte stoppen met zijn melkveehouderij; dat harde, fysieke werk was te zwaar geworden. Daardoor is hij tegen wil en dank pionier geworden, en juist dát wilde ze vastleggen. „Hij is geen stilzitter. Hij wilde iets doen. Hij wilde wel boer blijven”, zegt Schrijver.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/30152743/web-extra.jpg)
Voormeeren moest bedenken wat hij zou doen nu hij geen koeien meer kon houden. „Een vriend van mij zit in de bouwwereld en zei: ‘Hou de vezelgewassen eens in de gaten.’” Hennep, olifantsgras, vlas: de teelt van die gewassen voor toepassingen in de bouw of textielindustrie is in opkomst. „Misschien is dat wel wat voor jou, zei hij.”
Dus hij ging uitzoeken of het een optie was, en er bleek zowaar brood in te zitten. Nu heeft hij velden vol hennep, en ja dat levert veel grappen op over wietplantages. Maar hij verbouwt hennep om te verkopen aan de bouwindustrie als bio-based bouwmateriaal: je maakt er onder meer isolatiemateriaal van, lokaal verbouwd, duurzaam, en natuurvriendelijker dan veeteelt.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/30153013/web-0401ZAT_LEV_inbeeld_boer_wiet_2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/30153028/web-0401ZAT_LEV_inbeeld_boer_wiet_9.jpg)




„Als veeboeren moeten stoppen, om wat voor reden dan ook, dan moeten ze wel heel goed nadenken: hoe kunnen wij het platteland leefbaar houden?”, zegt hij. „Als er allemaal leegstaande bedrijfspanden komen, zie je het verpauperen – dat moeten we zien te voorkomen.”
Niet dat hij zichzelf als lichtend voorbeeld voor Nederlandse boeren ziet, hij is en blijft het hartgrondig oneens met de manier waarop ‘de politiek’ met boeren omgaat. „Laat ik vooropstellen: zonder voedsel is er ook geen toekomst. Maar door de kaalslag in de boerenwereld moeten we toch goed kijken naar wat we nog wél kunnen doen.”
Ook de toekomst van het verbouwen van bio-based bouwmaterialen is overigens erg onzeker. De materialen concurreren met goedkopere alternatieven uit andere landen. Mensen in de bouw willen wel groen doen, maar kiezen vaak voor de goedkoopste optie. „Dit is een leuke aanvulling op traditioneel boeren, maar met alleen vezelgewassen gaan we het niet redden, hoor.” Het is volgens hem hooguit een stapje in een nieuwe richting.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/30153032/web-0401ZAT_LEV_inbeeld_boer_wiet_11.jpg)