Dit half jaar passeert Nederland naar verwachting de grens van 18 miljoen inwoners, aldus het CBS in december.
Maar hoe gaat het daarna? En hoe kunnen we dat weten? Het zijn dringende vragen nu migratie, na de Tweede Kamerverkiezingen, ook de coalitievorming en het nakaarten bij de verliezers blijft beheersen.
Het CBS gaf in de decemberprognose een toekomstbeeld: 19,7 miljoen inwoners in 2050. Deze voorspelling (met ingebouwde onzekerheidsmarge) kreeg amper aandacht.
Dat was heel anders in januari, toen de Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050 haar langverwachte, solide rapport presenteerde met een afgewogen pleidooi voor ‘matige groei’. De op grond van economie en welvaart aanbevolen uitkomst: 19 à 20 miljoen inwoners in 2050.
De Staatscommissie zei erbij dat het alle hens aan dek zal zijn om deze gedempte uitkomst te bereiken. Aangezien geboorte- en sterftecijfers elkaar nu in evenwicht houden (en de laatste jaren tot netto krimp zouden hebben geleid) bepaalt het migratiesaldo de bevolkingsaanwas. Wie groei wil beperken, moet migratie beperken. Een evidentie.
Mooi benadrukt de Staatscommissie de „fundamentele onzekerheid” van demografische prognoses. Meer kunst dan wetenschap, vanwege onmisbare aannames over menselijk gedrag, de loop van de geschiedenis of technologische innovatie.
In het verleden ging het wel eens mis. Zo zagen voorspellers in 1965 de impact van de pil op het geboortecijfer volstrekt niet aankomen. Ook sterftecijfers vertonen soms een knik, zoals onlangs met corona. Toch gaat het bij geboorte en sterfte vooral om stabiele langetermijntrends.
Veel volatieler is de factor migratie. Die schiet alle kanten op, want hangt meer af van unieke gebeurtenissen – oorlogen, natuurrampen, politieke revoluties. Hier weten de prognoses slecht raad mee, terwijl daar wel de (binnenlandse) politieke pijn zit.
Het CBS schat de asiel- en migratiecijfers structureel te laag in, zo blijkt tussen de regels uit het Staatscommissierapport. Dat is gek. Je kunt een keer mistasten, maar als de vergissing steeds dezelfde kant opgaat, moet je terug naar je modellen of het anders doen.
Over asielzoekers schreef het CBS in december, vertrekkend van de 27,5 duizend uit 2022: „Op basis van de veronderstellingen en schattingsmethode wordt verwacht dat dat [cijfer] in de komende vijf jaar geleidelijk zal dalen tot 25 duizend.” Vorig jaar waren het er echter 38 duizend, nog zonder nareizende familie. Ook de inmiddels ruim 100 duizend in Nederland verblijvende Oekraïners zijn niet meegerekend, want die vallen in een ander vakje.
Onzekerheid over de toekomst maskeert het CBS met aplomb: „Vanaf 2028 wordt het aantal verwachte asielmigranten vastgezet op die 25 duizend, omdat politieke onrust en internationale conflicten in de wereld op de langere termijn te onvoorspelbaar zijn.” We weten het niet, dus het zal wel 25 duizend zijn? Maar wie zegt ons dat het niet dubbel zoveel wordt? Dat zou nogal wat uitmaken voor het migratiesaldo. De ‘matige groei’ die de Staatscommissie voorstaat komt neer op een jaarlijks migratiesaldo van ongeveer 50 duizend.
Het CBS kijkt terug tot 1999 naar een stabiele wereld met brandhaarden – een tijdvak met de vluchtelingencrisis van 2015 en de Oekraïne-oorlog als uitzonderingen en oprispingen, die de stippellijntjes verstoorden. Maar die wereld bestaat niet meer. En kun je dus niet voorwaarts projecteren.
Geopolitieke volatiliteit tekent Europa’s omgeving. Het conflict in Oekraïne is nog lang niet voorbij. Wat gaat er met de Palestijnen in Gaza gebeuren? Wat als in Egypte een maatschappelijke opstand uitbreekt? En met hoeveel nieuwe lidstaten, evenzovele brengers van arbeidsmigratie à la Polen en Roemenië, zal de EU komend decennium willen of moeten groeien?
Zou het dus niet veel verstandiger zijn, zoals Staatscommissie bepleit, om schijnzekere prognoses aan te vullen met denkbare scenario’s en je voor te bereiden op mogelijkheden en zo op bijvoorbeeld ‘matige groei’ te kunnen sturen?
Dat dwingt ook voorspellers tot een helderder onderscheid tussen omgevingsscenario’s (veranderingen in samenleving en buitenwereld) en beleidsscenario’s (de netto-uitkomst nadat de politiek aan de knoppen heeft kunnen draaien).
Nu is de status van prognoses ambigu. Want wat zegt het CBS precies: „We rekenen komende jaren op een aankomst van gemiddeld 25.000 asielzoekers” (omgevingsscenario) of „We gaan ervan uit dat de Nederlandse kiezer harde maatregelen zal afdwingen zodra het aantal hoger wordt” (beleidsscenario)?
In dat laatste geval zou de kiezersopstand die de PVV op 22 november de grootste maakte, in zekere zin in de CBS-modellen zitten ingebakken.