Terug naar de krant

Waarom dat eindeloze gedraal met de aanpak van arbeidsmigratie?

rubriek Zo simpel is het niet
Column Over arbeidsmigratie produceert Den Haag vooral rapporten. Van actie komt het niet, ziet
Leeslijst

Hoe lang kunnen regerende politici ferm onderschrijven dat een misstand snel moet worden aangepakt en tegelijk weinig doen, zonder dat het voor iedereen lachwekkend wordt? Als je kijkt naar de misstanden rond arbeidsmigranten is het antwoord: heel erg lang.

Een deel van de Nederlandse economie is een meedogenloze machine die mensen uit het buitenland haalt om hier tegen lage lonen te werken en ze uitspuugt als ze niet meer nodig zijn. Het is een verdienmodel dat gebouwd is op geanonimiseerde bulkarbeid. Deels binnen de wet, vaak ook ver daarbuiten. Nederland is een walhalla voor malafide uitzendbureaus en voor werkgevers die leunen op het uitknijpen van migranten. De economische voordelen zijn voor bedrijven en voor consumenten. De samenleving voelt de druk op woningen, wijken, de zorg, scholen. De menselijke prijs is voor migranten zelf.

Dit is geen randverschijnsel. Bijna 1 op de 10 werkenden is arbeidsmigrant, zegt Monique Kremer, hoogleraar en voorzitter van de Adviesraad Migratie, rond een miljoen mensen. Pakweg de helft krijgt het minimumloon of minder. Ze vormen jaarlijks een veel grotere groep dan de asielmigranten aan wie dit kabinet zoveel energie geeft.

De problemen zijn al heel lang bekend. Al in 2011 schreef een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer: „Nederland kan het zich niet permitteren om nog langer te overleggen, te verkennen en te onderzoeken. Er moet nu doorgepakt worden.” Doorgepakt werd er niet.

Negen jaar later, in 2020, kwam daar een „aanjaagteam” onder leiding van SP’er Emile Roemer overheen. Roemer constateerde opnieuw dat de behandeling van arbeidsmigranten te vaak slecht was. Dat ondermijnt het sociale stelsel, leidt tot een race naar de bodem en is oneerlijke concurrentie voor bedrijven die wèl netjes zijn. Roemer gaf een lijst adviezen aan de politiek mee. „Haast is geboden.”

Inmiddels zijn we vier jaar verder. Roemers advies werd breed onderschreven. Maar een cruciale wet die het moeilijker maakt om een uitzendbureau te beginnen, is door het nieuwe kabinet uitgesteld. Reden: het kabinet kan geen uitvoerder vinden die de vergunningen aan uitzendbureaus verstrekt. Ook dreigt een wettelijke zorgplicht te sneuvelen die inhurende bedrijven verplicht migranten zich te laten registreren, mét hun woonadres. Daardoor kan de overheid werkgevers niet controleren. „Dan stort de hele aanpak als een kaartenhuis in elkaar”, zei Roemer in september in NRC.

In Den Haag staat een reusachtige olifant. Iedereen blijft eromheen lopen

Intussen worden de problemen groter. In vijftien jaar tijd verviervoudigde het aantal arbeidsmigranten. Driekwart van achttien grote gemeenten zag dit jaar de problemen met arbeidsmigranten toenemen, blijkt uit een enquête van Binnenlands Bestuur. Drie van de vijf mensen die op straat leven zijn arbeidsmigranten. Na ontslag raken ze hun slaapplek kwijt.

„Gemeenten worden kritischer: welke bedrijven willen we nou eigenlijk?” zegt Marthe Hesselmans, onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. „Maar ze kunnen het niet alleen. In Den Haag wonen bijvoorbeeld de migranten die werken in buurgemeente Westland. Er is landelijk beleid nodig.”

Keer op keer zeggen commissies en instituten van naam en faam dat Nederland een spaak in het verdienmodel kan steken – als de politiek dat echt wil. Maak inhurende bedrijven verantwoordelijk. Maak het oprichten en sluiten van uitzendbureaus moeilijker. Verbied de wildgroei aan flexconstructies. Want elke keer als een kabinet één flexroute dichtschroeit, wordt een andere bedacht. Dan zijn migranten plots zzp’er of directeur-grootaandeelhouder van hun eigen BV.

Je kan je scheel lezen aan de rapporten. Dit jaar alleen al bracht de Adviesraad Migratie twee adviezen uit. In één pleitte het voor een verbod op tijdelijke contracten in bepaalde sectoren. Werkt in Duitsland in de vleesindustrie prima. De staatscommissie demografie onder leiding van CDA’er Richard van Zwol was ook helder: arbeidsmigratie is veel krachtiger in te dammen.

Maar voor die spaak in het wiel deinzen regeringen terug. „Ik denk dat er angst is belangen van werkgevers te schaden”, zegt Kremer. Ze kan er niet bij dat het nieuwe kabinet wéér onderzoeken bestelt: één bij ambtenaren en één bij de Sociaal-Economische Raad. Terwijl de SER in 2014 ook al om advies is gevraagd. „De aanpak duurt zo verschrikkelijk lang, het heeft kennelijk geen prioriteit ondanks alle stevige woorden.”

Het is sinds kort in de mode om de vraag te stellen wat voor economie we willen zijn. Dan beland je in een onmogelijke discussie over sectoren die Nederland wel of niet zou moeten willen. Het is een recept voor wéér eindeloos praten. Want sectoren sluit je niet van bovenaf.

Dit gaat over iets anders. Dit gaat over een omkering van denken: als bedrijven geen personeel kunnen vinden, is er niet per se een personeelstekort, maar is het loon te laag of is de kwaliteit van de baan te slecht. Hesselmans: „Werk is soms zo onaantrekkelijk gemaakt dat mensen in een uitkering denken: toedeledokie. Dat hoeft niet zo te zijn.”

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum (NSC) sprak bij zijn aantreden harde woorden over de vleessector. Hij laat onderzoeken of hij tijdelijke contracten kan verbieden. De cruciale uitzendbureauwet staat klaar. Opnieuw lijkt een aanpak dichtbij. Maar voorlopig blijft het bij woorden, en gaat Den Haag eerst meer rapporten produceren.

In Den Haag staat een reusachtige olifant. Met enige regelmaat zeggen politici: grote olifant – moeten we echt wat aan doen. En lopen ze er toch weer omheen.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 14 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in