Terug naar de krant

Waarom hij onder een tapijt op het balkon lag? ‘Ik dacht spontaan: daar kan ik me goed verstoppen’

rubriek
De Zitting Is een verdachte beter af als hij bekent, berouw toont en alle vragen beantwoordt? De proef op de som bij een rechtszaak met twee verdachten over 101 kilo hasj.
Leeslijst

De zaak

Voor twee mannen die bij hetzelfde Amsterdamse appartement met 101,7 kilo hasj zijn betrapt, houden ze er een nogal verschillende proceshouding op na. Linksvoor zit Hamsa A. met zijn advocaat Anke van der Lee. „Mijn cliënt is ontzettend dom geweest en wil op de blaren zitten. De vraag is hoe de blaren eruit gaan zien”, zegt ze. De 34-jarige A. beantwoordt openhartig alle vragen van de rechters. Waarom hij bijvoorbeeld op het balkon onder een tapijt werd aangetroffen? „Dat kwam spontaan in me op. Ik dacht daar kan ik me verstoppen.”

Rechtsvoor zit Soufiane El M. met zijn advocaat Mieke Komen. „Mijn cliënt is onschuldig. Wij hebben het gevoel, nee ik weet 100 procent zeker dat hij erin geluisd wordt”, benadrukt ze, terwijl ze stelt dat het politiedossier onvoldoende bewijs bevat voor de schuld van haar nog „zeer jonge” cliënt. De 24-jarige El M. geeft geregeld vage antwoorden: „Ik zeg niet dat hij het was, het zou hem kunnen zijn. Maar het zou zomaar iemand kunnen zijn.”

Dankzij twee Meld Misdaad Anoniem-meldingen staan Hamsa A. en Soufiane El M. terecht. Twee foute meldingen. Er was namelijk helemaal geen hennepplantage in de Amsterdamse flat waar agenten vorig jaar mei poolshoogte gingen nemen. In twee big shoppers en verhuisdozen troffen de agenten wel 289 blokken hasj aan. A. en El M. worden daarom vervolgd voor het opzettelijk aanwezig hebben, stashen, van die hasj in het appartement van Hamsa’s broer, die toentertijd in Marokko verbleef.

„Voor Souf”, antwoordt Hamsa met een hoofdknik in de richting van El A. als hem de vraag gesteld wordt voor wie hij de hasj moest bewaren. De drugs, vertelt Hamsa, waren enkele dagen voor komst van de politie gebracht door een vriend van Soufiane en zouden een paar dagen in het appartement blijven liggen. Hamsa was geschrokken van de hoeveelheid. Op zijn telefoon trof de politie een filmpje van de partij softdrugs aan dat hij naar zijn broer in Marokko stuurde. Beide broers vonden dat het spul zo snel mogelijk weg moest. Maar toen stond opeens de politie voor de deur.

De agenten zagen de toegesnelde Soufiane El M. druk op zijn telefoon typen. De rechters vermoeden dat hij chatte met Hamsa en dat El M. schuilgaat achter de Snapchat-naam Souf.Mario. „Verstop alles, nu. Spring uit het raam. Ik kom nu”, appt die Souf.Mario naar Hamsa.

Verstop alles, nu. Spring uit het raam. Ik kom nu
 Souf.Mario stuurt een bericht op Snapchat aan Hamsa

Hamsa bevestigt dat hij met Soufiane chatte, maar die houdt er een heel andere lezing op na: dat hij zijn Snapchat-account deelt met Hamsa’s broer. „Dat is toch volstrekt onlogisch”, merkt een rechter op verwijzend naar berichten als „spring uit het raam, ik kom nu”. De rechter: „Hoe moet hij komen als hij in Marokko zit?”

Maar Soufiane houdt voet bij stuk: „Ik ben geen Mario.” De rechters zien echter nog meer aanknopingspunten voor zijn schuld. Dat zijn vingerafdrukken op vier van de zeven onderzochte hasjblokken zijn aangetroffen, bijvoorbeeld.

De officier van justitie acht zowel Hamsa als Soufiane schuldig aan het stashen van de hasj. Soufiane verwijt ze bovendien het witwassen van de 5.000 euro die in zijn auto werden gevonden en waarvoor hij volgens haar geen plausibele verklaring heeft.

Volgens de strafvorderingsrichtlijnen van het OM hoort bij deze vergrijpen een onvoorwaardelijke celstraf. Hoewel de officier zegt de „open proceshouding” van Hamsa mee te wegen, is dat aan de strafeis beperkt terug te zien. Tegen hem eist ze tien maanden celstraf waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Tegen Soufiane eist ze dezelfde celstraf, maar met drie maanden voorwaardelijk.

Hamsa’s advocaat acht een andere straf op zijn plaats. Ze wijst erop dat haar cliënt klip-en-klaar heeft verteld hoe het zit en daarmee zijn verantwoordelijkheid neemt. Hij heeft zijn leven op de rit en hij verleent mantelzorg aan zijn ongeneeslijk zieke moeder. Daarom vraagt ze een voorwaardelijke celstraf in combinatie met taakstraf „zodat hij verder kan gaan maar wel op de blaren moet zitten”.

Soufianes advocaat wil vrijspraak. Lukt dat vanwege gebrek aan bewijs niet, dan vanwege de „geringe ernst van de feiten”. „Onze burgemeester heeft begin dit jaar nog gepleit voor het legaliseren van cocaïne in Amsterdam”, zo verwijst ze naar een betoog van burgemeester Halsema.

Het oordeel

De rechtbank Amsterdam legt Hamsa en Soufiane vrijwel identieke straffen op. Hamsa krijgt een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van vijf maanden opgelegd, Soufiane krijgt dezelfde taakstraf en een voorwaardelijke celstraf van zes maanden. Ook krijgt hij een boete van 5.000 euro die wordt verrekend met de 5.000 euro uit zijn auto die de politie in beslag nam.

In de vonnissen gaat de rechtbank niet in op het verschil in proceshouding tussen de twee en wordt niet duidelijk in hoeverre de rechters rekening houden met het feit dat Hamsa berouw toonde en open over het misdrijf vertelde en Soufiane juist niet.

Ook blijft grotendeels onduidelijk waarom de rechtbank afwijkt van de richtlijnen voor rechters die voor dit soort misdrijven een gevangenisstraf voorschrijven. Bij Hamsa wordt verwezen naar het feit dat hij niet eerder voor een drugsdelict veroordeeld is en volgens de reclassering zijn leven op de rit heeft. Bij Soufiane komen de rechters niet verder dan dat de rechtbank „aanleiding ziet” om van de richtlijn af te wijken. Wat die aanleiding is, laat de rechtbank onvermeld.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 25 november 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in