:strip_icc()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2022/03/data82272892-0d20c9.jpg|//images.nrc.nl/uul_ZnEaZznENHLNDuLiLINYPlo=/1920x/smart/filters:no_upscale():strip_icc()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2022/03/data82272892-0d20c9.jpg)
Anna
„Als kind heb ik lang kleding gedragen die mijn moeder voor me maakte, vooral jurken. Op een gegeven moment had ik daar genoeg van en kocht ik mijn eerste spijkerbroek, van aan elkaar genaaide vierkantjes spijkerstof. Ik maakte er zelf buiktruitjes bij voor mijn eerste discofeestjes. Pieke heeft me toen leren naaien.
„Vanaf mijn achttiende woonde ik negen jaar in het buitenland. Ik werkte vanuit Parijs, New York en Gent als model. In Gent studeerde ik ook aan de kunstacademie. Als je jong bent in de mode-industrie word je gezien als ruwe diamant die ze nog kunnen slijpen. Ze gingen met me winkelen, hesen me in dure designerkleding, maar dat paste helemaal niet bij me.
„In New York voelde ik me vrijer en ging ik me hippie-achtig kleden. Dat viel niet in de smaak tijdens castings. Ik vond dat verwarrend. Wat is dan mooi, vroeg ik me af. Waar ik me goed in voel of waar zij zeggen dat ik me goed in moet voelen? Ik sta nu steviger in mijn schoenen. De industrie is ook veranderd. Identiteit en authenticiteit zijn belangrijker geworden.
„Veel van die dure, vooral zwarte kleding heb ik verkocht. Daar heb ik vooral tweedehands kleding voor teruggekocht. Ik houd van mooie stoffen, duurzame materialen. Dingen die tijdloos zijn, simpel, modern, maar ook nog een beetje hippie-seventies.
„Ik vind dat Pieke er fris en cool uitziet in haar wijde broeken. Toen ik kind was droeg ze altijd een strakke rok tot op haar knieën. Op een dag veranderde dat in een wijde broek. Het is leuk om een eigen stijl te hebben en niet elk seizoen te veranderen, maar die stijl hoeft niet te bevriezen. Een beetje meebewegen met hoe je je voelt en hoe je groeit vanbinnen vind ik bevrijdend en inspirerend.”
Pieke
„Op mijn achttiende ging ik naar de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ik koos voor mode, indertijd trok een toegepast beroep me meer aan dan het vrije kunstenaarschap. In 1969 studeerde ik af.
„In de loop der jaren ben ik gaan uitzoeken hoe je met zo min mogelijk moeite iets leuks kunt maken en ben ik een luie naaister geworden. Voor de Volkskrant, Viva, Het Parool en ook voor de dak-lozenkrant schreef en tekende ik rubrieken over makkelijk te maken kleren waar je niet veel voor nodig hebt. Ik heb ook een reeks Voor de luie naaister-boekjes gemaakt, met voornamelijk luie-naaister-patronen. Voor Anna maakte ik vroeger simpele jurkjes. Tot ze een jaar of elf was, toen wilde ze zelf haar kleren kopen. Dat was natuurlijk prima, ik dacht vooral: zoek je eigen stijl. Mijn eigen moeder heeft me ook altijd gestimuleerd mijn eigen stijl te ontdekken. Nooit heeft ze gezegd dat iets niet kon of niet hoorde – dat wilde ik voor Anna ook.
Mijn eigen moeder heeft nooit gezegd dat iets niet kon of niet hoorde – dat wilde ik voor Anna ook
„Ik ben fan van het werk van Iris van Herpen, ik vind haar een genie. Ik heb er geen woorden voor. Haar werk is kunst, en staat diametraal tegenover wat ik maak en draag.
„Ik ben vrij monomaan in wat ik draag. Ik zit nu in mijn wijdebroekenperiode. Het patroon voor deze broek staat in Het grote naaiboek, dat ik vorig jaar samen met Nienke van Leverink maakte. Het is een broek die bijna iedereen past, van maat 34 tot 48. Het enige wat je moet doen is, afhankelijk van je maat, het patroon een centimeter meer of minder geven. Ik maakte er een zaksjaal bij, een sjaal waar je je handen in kan steken, omdat dat veel gemakkelijker is dan broekzakken naaien.”
Fotografie Jaimy Gail. Haar en make-up Vannessa Chan.