Terug naar de krant

‘We stikten, overal waren spionnen’, zegt de theezetter van het Assad-regime

reportage
Leven onder Assad Een groot deel van de Syriërs behoorde niet tot Assads harde achterban, maar sprak zich ook niet uit voor de oppositie. Veel ‘grijzen’ bekennen nu alsnog kleur.
Leeslijst

Twee rebellen van Hayat Tahrir al-Sham (HTS), geven een rondleiding door de villa van een neef van Bashar al-Assad. In de woonkamer staan kitscherige armstoelen met bordeauxrode bekleding en goud geverfde leuningen. Aan de muur hangt een groot televisiescherm tussen familiefoto’s van de Assads in gouden lijstjes. „Kijk die rijkdom dan”, zegt rebel Annas (34) afkeurend. „En dat terwijl ze verderop in de straat maar drie uur per dag elektriciteit hebben.”

Het huis is gelegen in ‘Mezzeh Villas’, een buitenwijk van Damascus. De buurt staat bekend als bolwerk van assadisten, maar volgens de rebellen valt dat wel mee. „De mensen hier in de wijk waren net zo goed geschokt over wat we hier aantroffen”, zegt Annas. Zijn strijdmakker Emad knikt. „Ik denk dat maar 30 procent van de buurt écht pro-regime was. Veel mensen waren gewoon bang.”

Neem kapper Nour Derki (40), een paar straten verderop. De hippe man met witte sweater en perfect getrimde baard knipte tot voor kort de dochters van aan het regime gelieerde zakenmannen. Zijn Instagram-pagina staat vol jonge vrouwen met opgespoten lippen en omgebouwde gezichten. Sinds de val van Assad zijn de meesten van hen gevlucht en is Nour de helft van zijn klanten kwijt, vertelt hij. „Maar het is een enorme opluchting, want ik kan nu eindelijk weer deze wijk uit.”

Sinds de opstand van 2011 ging dat nauwelijks, zegt de kapper. Hij vertelt dat hij niet langs checkpoints kon omdat hij dienst had geweigerd in Assads leger. Ook kon hij zijn zaak niet op zijn eigen naam laten registreren uit angst alsnog gepakt te worden. „We hebben een andere naam gebruikt”, zegt Nour. „De buren in deze wijk helpen elkaar.”

De verlaten villa van de neef van Bashar al-Assad.

Foto’s: Al Baraa Haddad

Kiezen tussen zwart en wit

Nour is een typisch voorbeeld van wat veel Syriërs „de grijzen” (al ramadyun) zouden noemen. Dat is een term voor mensen die weliswaar niet echt tot Assads achterban behoorden, maar zich ook niet duidelijk uitspraken voor de oppositie. Voor echte revolutionairen is ‘grijze’ een scheldwoord, want in een revolutie moet je kiezen tussen zwart en wit. Maar voor veel Syriërs in regime-gebied was het leven nu eenmaal gekleurd in grijstinten.

„Ik denk dat 70 procent van de samenleving in de grijze zone zit”, zegt Nours zus Inas vanuit de kapsalon. Ze doceert wiskunde aan een basisschool in de wijk en vertelt hoe de leraren op haar school elkaar verklikten. „Er was één vrouw die altijd keihard Assad-liedjes aanzette in de schoolbus. We konden haar niet eens vragen het volume wat zachter te doen. Ze zou je meteen rapporteren.”

Kapper Nouri Derki (40) in zijn zaak in de wijk Mezzeh Villas.
Na de val van Assad sloegen veel klanten van de kapper op de vlucht.
Foto’s Al Baraa Haddad

Ook Nours eigen klanten lieten hem merken wie de baas was. Zo was er één vrouw – volgens de kapper ook een ver familielid van Assad – die haar kapbeurt in dollars wilde betalen terwijl dit strikt verboden was. „Ik ging akkoord, maar de volgende dag kwam ze filmend mijn zaak binnen en beweerde ze dat ik in dollars dealde”, zegt hij. „Ik heb haar al mijn shampoo moeten laten meenemen in ruil voor de belofte dat ze niets met dat filmpje zou doen.”

Ook overheidsinstanties zitten vol „grijzen”. De honderdduizenden Syriërs die op de loonlijst van het regime stonden, waren lang niet altijd fan van Assad. De meesten probeerden gewoon rond te komen – en dat voor een minimumloon van omgerekend zo’n 19 euro per maand.

Diepe groeven

„Ik heb drie kinderen en moest geld verdienen”, zegt Youssef, een vijftiger met diepe groeven in zijn gezicht die niet met zijn achternaam in de krant wil. Hij werkt al meer dan twintig jaar als theezetter bij de Ba’ath-partij in Damascus (de partij van het regime). „De mensen hierbinnen zijn net zoals de mensen buiten”, zegt Youssef vanuit het partijkantoor. „We konden niets zeggen, want overal waren spionnen.” Hij grijpt zijn keel vast. „We stikten!”

Nu het regime gevallen is, kunnen de grijzen kleur bekennen. In het Ba’ath-kantoor hangt Assads portret niet langer aan de muur, maar voor de ingang van de deur, zodat iedereen de dictator kan vertrappen. Gevraagd wie het er heeft neergelegd, schiet Youssef meteen in paniek. „Ik niet!”, zegt hij, alsof hij even vergeten was dat Assad er niet meer is. Dan barst hij in lachen uit. „Het lucht wel op eroverheen te lopen.”

Maar tonen de grijzen hun echte kleur? De Syrische vertaler van NRC, die uit de door het regime platgebombardeerde Idlib komt, merkt na het interview op dat theezetters als Youssef precies de types waren die als informant werkten – ze kwamen immers overal binnen.

Theezetter Youssef aan het werk in een kantoor van de Ba’ath partij in Damascus.
Foto Al Baraa Haddad

Voor Syriërs die door het regime hun huis en geliefden verloren, heeft de compensatiedrang van de grijzen iets wrangs. Op sociale media wordt dan ook flink de spot gedreven met het feit dat de grijzen – en zelfs bekende Syriërs die tot voor kort expliciet het regime aanhingen – nu ineens trouw zweren aan de revolutie. Zo beeldt een filmpje op Instagram een prijsuitreiking uit voor de beste draaikont. „Draai zo snel dat niemand het doorheeft!”, staat in het filmpje. De winnaar krijgt een Oscarbeeldje in de vorm van Assad in ondergoed.

Gebroken pootje

In de oude bazaar van Damascus haasten de koopmannen zich ondertussen om de rood-wit-zwarte regimevlag op hun rolluiken weg te poetsen. In vrijwel iedere zaak – ook in Nours kapsalon – hangt nu de revolutievlag in de vitrine. Zelfs op het gips rondom het gebroken pootje van de grijze kat van het hotel waarin NRC verblijft, is de groen-wit-zwarte vlag met rode sterren geverfd. Het hotel staat in de christelijke wijk Bab Touma, die eveneens tot voor kort bekend stond als pro-regime.

Lees ook
Rebellen van HTS in Homs: ‘Dit keer waren we voorbereid. We zijn klaar voor bestuur’
Syriërs maken foto’s met rebellen in Homs. Foto Al Baraa Haddad

Rebel Annas zegt wel begrip te hebben voor de grijzen. „Je kon nu eenmaal geen zaken doen zonder banden met het regime te onderhouden. Wie geen bloed aan zijn handen heeft, moet met rust gelaten worden”, zegt hij. Ook de HTS-leiding heeft voormalige overheidsambtenaren opgeroepen gewoon weer naar hun werk te gaan en zelfs een verviervoudiging van het minimumloon aangekondigd. Een staat kan nu eenmaal niet draaien zonder grijzen.

Ondertussen schikken de grijzen zich net zo soepel naar de nieuwe machthebbers als ze voorheen onder Assad deden. Zo zijn de klanten in Nours kapperszaak nu al zeer te spreken over de HTS-rebellen. „Eerst waren de mensen in de buurt wel een beetje bang voor hen, vanwege die baarden en zo”, zegt Nour. „Maar het bleken hartstikke aardige jongens te zijn. En die baarden zijn nu helemaal in!”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 24 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in