Terug naar de krant

Wie wil er nog klapbuffetten? Honderden jaren oude meubels zijn weinig meer waard

achtergrond
Vintage is al jaren een hit, maar écht oude meubels raken veilinghuizen aan de straatstenen niet kwijt.
Leeslijst

Een quizvraag. Wat is meer geld waard: een metalen lounge chair van IKEA uit de jaren zeventig of een handgemaakte, achttiende-eeuwse Nederlandse vitrinekast in Louis XV-stijl van wortelnotenhout, gedecoreerd met rozenguirlandes? Het antwoord: het IKEA-meubel is bijna dertig keer zoveel waard.

De vitrinekast in kwestie – ongeveer 250 jaar oud, 2,42 meter hoog en op wat verkleuringen en krasjes na in zeer goede staat – werd in maart bij het Venduehuis in Den Haag te koop aangeboden met een richtprijs van 500 tot 800 euro. Te optimistisch: het ambachtelijke meubel werd afgehamerd op 300 euro, met veilingkosten resulterend in een aankoopnota van 420 euro. Diverse andere antieke Nederlandse kasten in deze veiling brachten vergelijkbare bedragen op. Een palissander kussenkast met eiken- en ebbenhout: 420 euro. Een Nederlandse Louis XV-stijl mahoniehouten vitrinekast voor porselein uit 1800: 156 euro. Zulke lage opbrengsten voor antieke meubels zie je ook bij andere veilinghuizen.

Dan de vijftig jaar oude IKEA-stoel. Die stond eind april op 1stDibs, een internationale advertentiesite voor design en kunst met een jaaromzet van zo’n 350 miljoen dollar. Europese en Amerikaanse handelaren bieden op de site tientallen ‘pre-owned’ meubels van het Zweedse woonwarenhuis aan. Voor de prijs van twee antieke kussenkasten koop je bijvoorbeeld een Fackla-vloerlamp uit de jaren tachtig. De vraagprijs voor een paar rotan Karlskrona-chaises longues uit de late jaren negentig: 3.682 euro, negen kussenkasten.

De lounge chair – een metalen buisframe met een dik, zonnebloemgeel kussen – is een ontwerp van Gillis Lundgren uit 1972 en heet Impala. Volgens een handelaar uit het Zweedse Eskilstuna is de stoel „zeer zeldzaam”. Vraagprijs: 12.240 euro, bijna het dertigvoudige van de veilingopbrengst voor de Louis XV-vitrinekast.

Semi-antiek

Vintage design is al jaren hot. Je hebt marktplaatsen voor alle soorten portemonnees. Kringloopwinkels, Marktplaats.nl en Whoppah.com voor de kleine en middelgrote beurs, 1stDibs en de wereldwijd actieve Waalwijkse vintagegroothandel Morentz.com voor wie bereid is tienduizenden euro’s te betalen voor een jarenvijftiglamp van Gino Sarfatti of een slangvormige De Sede-sofa uit de jaren zeventig.

Links: Impala van Gillis Lundgren voor IKEA (1972). Vraagprijs: 12.240 euro. Rechts: IKEA-schommelstoel van Niels Gammelgaard (2002). Vraagprijs: 1.132 euro.

Semi-antiek is dus zeer gezocht. Maar écht oude meubels zijn nauwelijks te slijten en profiteren dus geenszins van de vraag naar huisraad met het patina van andere tijden. Inbrengers bij het veilinghuis hebben vaak andere verwachtingen, zegt Frederik Knegtel (33), expert meubels en decoratieve kunst bij het Venduehuis. „Ze hebben hun antieke meubels ooit gekocht en verzekerd voor soms wel 20.000, 30.000 gulden. De meubels zijn alleen maar ouder geworden en dus waardevoller, is de veronderstelling als ze bij ons aankloppen. Het omgekeerde is meestal het geval. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn antieke meubels en ook staande horloges en staartklokken sterk in waarde verminderd.”

De genoemde lage veilingopbrengsten verbloemen een nog pijnlijkere waarheid. De oude, grote Nederlandse meubels en klokken die het Venduehuis in maart voor een krats verkocht, zou het normaal gesproken niet eens aanbieden. Het beschrijven, fotograferen, demonteren, transporteren en weer in elkaar zetten is met de huidige opbrengsten niet rendabel. De meubels behoorden tot door notarissen ingebrachte boedels, vertelt Knegtel. Andere, meer lucratieve stukken in de boedels maakten het mogelijk dat het veilinghuis de meubels toch te koop aanbood. Voor antieke kasten hanteert het Venduehuis een waardedrempel van 1.500 euro, tegenwoordig een serieuze hindernis.

Gevraagd naar een voorbeeld van een meer succesvolle verkoop van Nederlands antiek, wijst Knegtel op een bijzondere commode uit circa 1765 uit de werkplaats van de Haagse meubelmaker Matthijs Horrix, door het Venduehuis in juni 2023 aangeboden. Toen de commode bij het veilinghuis binnenkwam draaide Knegtels maag zich om, zegt hij: „Er ontbrak een plank en aan de achterkant zat een gat voor een snoer; de kast was als televisiemeubel gebruikt.” Mede dankzij een beschrijving van de commode in een prestigieus boek en de naam van de gerenommeerde meubelmaker, bracht zij nog een mooi bedrag op: 19.500 euro. Een zeldzaamheid, zegt Knegtel: „Over de gehele breedte hebben antieke meubelen wereldwijd slechts een fractie van de oude waarde uit de ‘goede tijd’. Alleen museale kwaliteit, een belangrijke herkomst of een groot decoratief potentieel kunnen de prijs nog omhoog stuwen.”

Crisisjaren

De waardedevaluatie van Hollands antiek zette vanaf 2004 serieus in, zegt Knegtel, gepromoveerd kunsthistoricus. „Vlak voor de crisisjaren, een periode die samenviel met een groeiende populariteit van IKEA, veranderde de smaak. Na de crisis zette de neerwaartse spiraal alleen maar door.” Hollands antiek wordt soms gekocht door een handelaar die de meubels naar Australië en de Verenigde Staten verscheept, zegt Knegtel. „Daar zijn Nederlandse immigranten voor wie deze meubels speciale waarde hebben. Ja, het transport is dan soms duurder dan de meubels zelf.”

Op zoek naar verklaringen voor de afgenomen belangstelling noemt Knegtel diverse oorzaken. Klapbuffetten, secretaires en naaitafels zijn obsoleet geraakt, zegt hij. „Wie schrijft nog brieven? Dat soort antieke meubels heeft in het moderne interieur vooral decoratieve waarde.” Antiek staat verder van je af als je er niet mee opgegroeid bent, zegt hij. „En veel mensen zijn natuurlijk klein behuisd. Oude kussenkasten zijn groot, log en diep. Die komen in een modern huis snel op je af. En staande klokken zijn vaak hoger dan de 2,60 meter hoge nieuwbouwhuizen.” Lachend noemt hij Atlas, de Griekse mythologische figuur die bovenop veel klokken staat: „Alleen als je hem er af haalt kun je zo’n klok rechtop zetten.”

Links: Achttiende-eeuwse Louis XV-vitrinekast, verkocht voor 420 euro. Rechts: Kussenkast van ebben-, eiken- en palissanderhout, verkocht voor 420 euro.

Foto’s: Venduehuis

Circulair

De tanende belangstelling voor antiek is onbegrijpelijk, vindt Reinier Baarsen (68), emeritus hoogleraar kunstnijverheid en decoratieve kunst en oud-conservator toegepaste kunst bij het Rijksmuseum. „Niet vernieuwen maar repareren, circulair – je hoort niet anders. Je zou verwachten dat antiek bij deze trend aansluit, maar niets is minder waar.”

Het woongedrag is veranderd, zegt Baarsen. Als hij op televisie interieur-make-overs ziet, op huizensite Funda rondsnuffelt, of in zijn buurt Amsterdam-Zuid bij bewoners naar binnen kijkt, valt hem op hoe eenvormig veel moderne interieurs zijn. „Rustig en met weinig meubels. Na verbouwingen is de keuken de centrale ruimte. Een tv-scherm aan de muur en in het midden een grote tafel waar schoolkinderen op laptops werken en een van de ouders staat te koken. De vele visuele prikkels, op straat en op onze schermen, zorgen er kennelijk voor dat velen behoefte hebben aan leegte om zich heen, geen uitgesproken meubels.”

Een Duitse antiekhandelaar vertelde Baarsen dat hij een kentering zag: jonge mensen die antiek kopen. Zelf kent hij een paar Belgische kunstenaars die antiek zijn gaan kopen uit bewondering voor de artisticiteit van de meubels én omdat ze zo spotgoedkoop zijn. Ook viel het hem op dat de Belgische mode-ontwerper Dries Van Noten zijn winkels in Parijs met antieke meubels inrichtte. „Misschien is er een beweging terug begonnen, die in Nederland nog niet is aangeslagen. Het aanbod van antiek in Nederlandse musea is ook zo schraal. Veel musea hebben hun antiek al tijden in depot staan.”

Er ontbrak een plank en aan de achterkant zat een gat voor een snoer; de commode was als televisiemeubel gebruikt

Antiek vraagt wat meer betrokkenheid dan moderne meubels, zegt Baarsen. „Je moet ervoor zorgen, net zoals je zilver af en toe moet poetsen. Maar daar krijg je veel voor terug: een paar goed gekozen antieke stukken kunnen reliëf en diepte aan een interieur geven.”

Ga eens naar de kijkdagen van een veilinghuis, adviseert hij. Sinds Sotheby’s en Christie’s in Nederland stopten met antiek veilen zijn Van Spengen in Hilversum, Peerdeman in Utrecht en het Haagse Venduehuis belangrijke aanbieders van antiek geworden. „Daar kun je je verbazen hoe mooi antieke meubels gemaakt kunnen zijn.” Hij kocht onlangs, voor een paar honderd euro zes Hollandse stoelen uit 1800. „Zo mooi, ze kunnen wedijveren met Deens design uit de jaren vijftig.”

Tijdens de kijkdagen van het Venduehuis probeert Frederik Knegtel het „eclectisch denken” over interieur te stimuleren. Hij demonstreert dan hoe antiek en modern design gecombineerd kunnen worden. Een modernistisch stijlicoon als de chaise longue van Le Corbusier plaats hij voor een achttiende-eeuws wandtapijt. En op een zeventiende-eeuwse notenhouten tafel zet hij een vaas van de radicale Italiaanse ontwerper Ettore Sottsass. Die contrasten werken goed, zegt Knegtel: „De moderne ontwerpers zijn natuurlijk ook schatplichtig aan de traditie.”

Probeer eens een antiek meubel in het interieur, adviseert Knegtel de bezoekers van het veilinghuis. „Voor een paar honderd euro koop je al een stoere en simpele Spaanse eikenhouten wandtafel uit de zeventiende of achttiende eeuw.” Leeftijdgenoten raadt hij aan om tijdschriften als World of Interiors, House & Garden en het Nederlandse Residence door te bladeren. Die publiceren volgens Knegtel regelmatig reportages van eclectische interieurs, vol combinaties van oud en nieuw.

Dat beaamt Carlein Kieboom (52), de hoofdredacteur van Residence, tevens eigenaar van een interieuradviesbureau. Als oude en nieuwe spullen elkaar aanvullen en versterken geeft dat een persoonlijke uitstraling aan een interieur, zegt ze. Kieboom wijst op een reportage over een oude muziekschool aan een Haarlemse gracht die tot woon- en werkhuis is verbouwd, verschenen in het maartnummer. De eigenaren verbouwden het grauwe en kille eind-negentiende-eeuwse pand twee jaar lang. Het resultaat, in de woorden van Kieboom, „een eclectische explosie van kleuren, materialen en stoffen” en een bont maar harmonieus decor waarin moderne en vintage meubels met antieke erfstukken gecombineerd worden.

Door oude voorwerpen buiten hun context te tonen kan hun tijdloze schoonheid aan het licht komen

Als ze in opdracht een interieur inricht koopt ze nooit echt oude meubels in, zegt Kieboom. „Antiek wordt vaak te zwaar gevonden en zeker niet omarmd door jongere generaties. Als die oude spullen met nieuwe mengen dan kiezen ze voor mid-century design of meubels uit de jaren zeventig.” Als ze in haar werk al antiek meubilair tegenkomt dan gaat het vaak om een enkel meubelstuk uit het ouderlijk huis dat uit nostalgische overwegingen een plek kreeg.

Kieboom begon weleens aan interieuropdrachten met veel antiek. Met een andere vloer en nieuwe kleuren op de muur haalde ze „het stoffige imago eruit”, zegt ze. „Je moet niet in het ouderwetse blijven hangen. Kijk naar de reportage van de muziekschool: daar hebben de bewoners een geornamenteerd stijlplafond donkergroen geschilderd. Zoiets zag je vroeger nooit.”

Mengelmoes

Slechts weinig handelaren bieden zowel vintage design als antiek te koop aan. Galerie Anselme Kindt-Larsen in Kågeröd, een plaatsje in Zuid-Zweden, is een uitzondering. De eigenaren, de Deense Emilie Kindt-Larsen en haar Franse partner Patrick Anselme, combineren mid-century Europese meubels, negentiende-eeuwse volkskunst, modernistische sieraden, pendules en wandconsoles in empirestijl, zeventiende-eeuwse kisten en wat niet al. Een met veel zorg gecureerde en gepresenteerde mengelmoes aan objecten.

Door veel te lezen en tal van bezoeken aan musea voor decoratieve kunsten zijn ze vele stijlen en perioden gaan begrijpen en waarderen, zegt Anselme (60). „Ook stijlen waarvan de esthetiek ons aanvankelijk weinig aansprak.” De wijze van presenteren speelde daarbij vaak een doorslaggevende rol, merkte hij. „Door bijzondere oude voorwerpen buiten hun historische context te tonen kan hun tijdloze schoonheid aan het licht komen.” En die schoonheid, of „ziel” zoals Anselme het noemt, ontdekten hij en zijn vrouw in tal van gebruiks- en kunstvoorwerpen. Zowel in meesterstukken van achttiende-eeuwse meubelmakers als in producten van talentvolle, anonieme volkskunstenaars en bekende modernistische ontwerpers. Het inspireerde hen om een collectie samen te stellen waarbij ze zich niet op een bepaalde stijl of periode concentreerden, maar op zoek gingen naar „voorwerpen met een bepaald gevoel”.

De manier waarop we naar het verleden kijken, zegt Anselme, vertelt ons meer over wie we vandaag zijn dan wat deze oude objecten in het verleden vertegenwoordigden. „Elk tijdperk keek naar het verleden en heeft die tijd verworpen of zich er juist mee gevoed.”

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 4 mei 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in