Het jaar is nog niet voorbij maar nu al staat vast dat 2024 een van de dodelijkste jaren is geweest voor het Internationale Rode Kruis en de Rode Halve Maan, de zusterorganisatie in islamitische landen. 37 hulpverleners, deels vrijwilligers, stierven tijdens hun werk, met name in de Gazastrook en Soedan. Het is weliswaar geen record (in 2017 waren er nog meer doden) maar de laatste jaren lagen die cijfers doorgaans lager.
De nieuwe trend baart Jagan Chapagain grote zorgen. Hij is de chef van de samenwerkende nationale organisaties van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan. „De meeste van de gedode hulpverleners droegen duidelijk het embleem van het Rode Kruis of de Rode Halve Maan op hun kleding”, zegt de Nepalees Chapagain tijdens een gesprek op het Rode Kruiskantoor in Den Haag. „Dat is bedoeld om hen te beschermen. Dat ze desondanks werden aangevallen en gedood draagt bij tot een gevoel van straffeloosheid. Het kan er zelfs toe leiden dat ze worden gezien als een legitiem doelwit. Dat is erg verontrustend.”
Bent u in staat om zulke incidenten goed te onderzoeken?
„Dat is een groot probleem. Wij missen het mandaat voor zulk onderzoek. De toegang tot gebieden als de Gazastrook en Soedan is erg moeilijk en de oorzaak van hun dood is dikwijls moeilijk exact vast te stellen. Dat heeft ook te maken met de veranderde aard van de oorlogsvoering. Vaak worden mensen nu gedood door autonome wapensystemen zoals drones en raketten. Steeds meer strijdende partijen beschikken daarover. Dat soort wapens maken het veel moeilijker om de verantwoordelijken van zulke aanvallen te identificeren.”

Speelt ook desinformatie u parten?
„Er circuleert een hoop verkeerde informatie en ook desinformatie, vooral via de sociale media. Dan krijg je gevallen waar wordt beweerd dat iemand dit of dat heeft gedaan of bij een bepaalde groep hoort. Dit is soms gevaarlijk voor onze hulpverleners. Niet alleen tijdens conflicten, het gebeurde ook tijdens de Covid-crisis en de Ebola-crisis in Congo. Iemand zei toen dat sommigen lichaamsdelen van overleden personen stalen. Vervolgens werden medische hulpverleners met stenen bekogeld omdat die geruchten werden geloofd.”
Er lijkt minder respect te zijn voor de Geneefse Conventies, die regels voor de humanitaire behandeling van burgers en hulpverleners tijdens oorlogen vastleggen?
„Toen de Geneefse Conventies werden ondertekend, waren oorlogen nog grotendeels tussen staten. De ene staat verklaarde de oorlog aan de andere. Dat is de laatste dertig, veertig jaar volledig veranderd. Er zijn nu veel meer niet-statelijke spelers, vaak bewapend ook en soms zonder duidelijke bevelsstructuur. Ik vermoed dat daardoor langzamerhand de oude normen die indertijd voor staten waren opgesteld zijn geërodeerd.”

Is het voor u extra moeilijk in de Gazastrook te werken door de oorlog?
„We zijn nog steeds actief in de Gazastrook en hebben daar nog ziekenhuizen. De communicatie is vaak erg moeizaam en een groot probleem is het gebrek aan toegang. We kunnen geen nieuwe mensen sturen om anderen af te lossen, zoals we meestal doen. Ook is het lastig allerlei goederen de Gazastrook in te krijgen. Israël houdt veel tegen omdat Hamas het ook voor andere doeleinden zou kunnen gebruiken. Ik heb tenten gezien in Egyptische pakhuizen, die mochten de Gazastrook niet in wegens de tentstokken, en ook generatoren en elektrische kacheltjes werden door de Israëliërs niet toegelaten. Vaak kunnen we alleen de meest basale diensten aanbieden. Er is immers geen elektriciteit en stromend water, wat kun je dan nog doen?”
Hoe groot is de Palestijnse Rode Halve Maan nog in de Gazastrook?
„We hebben nog tientallen ambulances en honderden mensen die heel hard voor ons werken. Sommigen worden betaald, de rest zijn vrijwilligers. Juist onder de ambulance-medewerkers zijn er al veel slachtoffers gevallen. Als er mensen wegvallen, slagen we er soms in hen met lokale mensen te vervangen.”
Hoe zijn uw contacten met Israël?
„We staan in contact met Israël. Volgende week ga ik er heen voor een bezoek. Ik ben er dus welkom. Maar op de inhoud van onze gesprekken kan ik niet ingaan.”
U moet bezorgd zijn over het feit dat Israël niet langer wil samenwerken met UNRWA, de belangrijkste VN-hulporganisatie voor Palestijnen?
„We zijn vooral heel bezorgd dat er geen andere organisatie is, ook niet binnen de VN, die kan overnemen wat UNRWA doet. Als UNRWA stopt, zou dat ook meer druk op ons geven. Maar de Palestijnse Rode Maan is niet in staat UNRWA te vervangen.”

Is de Rode Halve Maan nog actief in Noord-Gaza, waar de situatie volgens veel berichten wanhopig is?
„We zitten daar nog maar het is super beperkt wat we kunnen doen. Ook de communicatie is moeilijk. Net als u horen wij dat de ondervoeding toeneemt. Sommige berichten spreken van hongersnood. Vaststaat dat er al mensen overlijden door ondervoeding. Dat is van verschillende kanten bevestigd.”
Hoe is de toestand vergeleken daarmee in Libanon?
„In Libanon is veel meer mogelijk. Een paar weken geleden was ik er zelf. Het Libanese Rode Kruis is een sterke organisatie. Het geniet het vertrouwen van veel verschillende partijen en kan gebieden gemakkelijker bereiken dan in de Gazastrook. Het viel me ook op dat ontheemden genereus werden verwelkomd. Er was onderlinge solidariteit. Dat neemt niet weg dat die oorlog voor mensen die familieleden of woningen hebben verloren natuurlijk even erg is als voor Gazanen.”
U noemde eerder Soedan een probleemgebied. Ook daar is maar weinig toegang?
„Ik ben zelf niet verder dan de Egyptisch-Soedanese grens gekomen en ben afhankelijk van rapporten. Ook daar is de toegang inderdaad moeilijk. Het front in die burgeroorlog verschuift steeds en een deel van de bevolking lijdt zeer. Maar ook daar beschikt de Rode Halve Maan over een sterke organisatie, die in alle provincies actief is. De hulpbehoefte is enorm. Maar de respons op verzoeken om hulpfondsen voor Soedan levert ons tot nu toe maar 20 procent op van wat er nodig is.”
Hoe staat het met de fondsen voor Gaza?
„Daar gaat het in de eerste plaats om meer toegang en veiligheid, niet om geld. Zelfs als we morgen een miljard dollar krijgen, kunnen we daar op korte termijn niet veel mee doen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/12/04133227/data125191329-b7baf3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2024/10/28221638/web-2910BUI_UNRWA_web.jpg)