De jaarlijkse vakantiebeurs begint deze week weer, de vierenvijftigste sinds 1970. Wat ooit begon als een verzameling van zeventig stands, is uitgegroeid tot een belevenis waar „de mooiste onontdekte bestemmingen van over de hele wereld worden gepresenteerd”. Vorig jaar bezochten meer dan 71.000 mensen de beurs; dit jaar zal dat aantal ongetwijfeld worden geëvenaard. Verdeeld over 5 hallen, met een gezamenlijk oppervlak van meer dan 46.000 vierkante meter, prijzen meer dan 1.000 exposanten vakanties aan: variërend van fietsen in eigen land tot een cruisevakantie op het grootste cruiseschip ter wereld.
Vakanties zijn inmiddels verworden tot iets waar je ‘recht’ op hebt, hebt ‘verdiend’. De bestemming bepaal je zelf wel, en om het ‘leuk’ te houden wil je niet geconfronteerd worden met iets waar je wel degelijk debet aan bent door op reis te gaan; een stukje teloorgang van een onontdekte bestemming of een bijdrage leveren aan opwarming van de aarde.
De leeftijdsgroep tussen de 18 en 35 jaar vliegt het meest. Enerzijds begrijpelijk: je bent jong en wilt de wereld ontdekken, anderzijds ook tegenstrijdig. Het is namelijk juist deze groep die steeds meer geconfronteerd zal worden met de gevolgen van de klimaatcrisis.
Betalen voor CO2-uitstoot
Op de vakantiebeurs hebben sommige aanbieders het wel over duurzaam reizen, maar het lijkt zich te beperken tot vrijblijvende slogans als ‘rekening houden met mens, milieu en natuur’. Als de toeristenbranche écht werk wil maken van duurzaam reizen, is er nog veel werk te verrichten. Ook zou de reiziger zich veel beter moeten laten informeren over wat de impact van een reis op het milieu en de omgeving nu werkelijk is.
In een recente studie, uitgevoerd door de Universiteit van Queensland, wordt er sterk voor gepleit om toeristen bewuster te maken van de klimaatschade die hun reis kan veroorzaken, en dat het sociaal verantwoord is om zelf verantwoordelijkheid te dragen – in plaats van de negatieve gevolgen van reizen af te schuiven op anderen, vooral armere landen.
Een goede manier om mensen bewust te maken is om standaard de CO2- afdruk van een reis te vermelden. Een voorbeeld: een 22-daagse groepsrondreis voor 2 personen naar Java en Bali betekent een voetafdruk van 6.500 kg CO2 . Dat is 40 procent van wat een tweepersoons huishouden in Nederland per jaar uitstoot.
Dit is slechts een eerste begin. De volgende stap is dat ook daadwerkelijk, en niet vrijblijvend, betaald gaat worden voor de CO2-uitstoot. Dat zal ongetwijfeld op verzet stuiten. Wie bepaalt de hoogte van het bedrag en welke methode wordt daarbij gehanteerd? Toch hoeft dit niet zo ingewikkeld te zijn.
Eerste aanzet
Maak gebruik van een bestaande rekentool. De rekentool van het FairClimateFund, onderdeel van Cordaid, laat zien hoe groot de CO2-uitstoot is en welk bedrag extra betaald zou moeten worden ter compensatie van deze uitstoot. Neem weer die 22-daagse rondreis – die reis wordt op basis van de berekening van deze tool circa 5 procent duurder.
Dit geld zou vervolgens weer geïnvesteerd moeten worden in projecten die ten goede komen aan mensen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Laat het een eerste aanzet zijn.