Wordt alles slechter en oneerlijker? Welnee! Nederland is nog steeds een uitzonderlijk gelijk land als het om inkomen gaat. Neem de inkomens van de top 1 procent, van de veelverdieners dus. In veel andere landen wisten die de afgelopen veertig jaar een groter deel van de koek naar zich toe te trekken.
In Nederland is hun aandeel juist vrij stabiel: de top 1 procent verdient 6,5 procent van al het inkomen uit werk (in 2019). Voor zover bekend is er geen ander land waar dat percentage zo laag ligt. In Denemarken verdient de top 11,2 procent, in Duitsland 13, in de VS 18,7. We zijn een vlak land.
Voor mensen die denken dat de ongelijkheid op alle fronten gierend uit de klauwen loopt in Nederland, vallen er meer ontnuchterende feiten te lezen in het nieuwe onderzoek naar inkomen en armoede tussen 1977 en 2019 van het CBS en de Universiteit Leiden. Zo daalde het risico op armoede sinds de jaren tachtig fors. Sinds de jaren negentig halveerde het percentage huishoudens onder de lage-inkomensgrens (naar 7,7 procent in 2019). Vooral de afname van armoede onder gepensioneerden was spectaculair.
Het is allemaal mede het gevolg van bewust beleid: zo werd het belastingstelsel progressiever vanaf de jaren zeventig, schrijven de onderzoekers. Er wordt dus meer geld herverdeeld. Kabinetten frummelen in augustus altijd aan de belastingen omdat ze de koopkrachtplaatjes willen oppoetsen die ze op Prinsjesdag presenteren. Dat is een gruwel, omdat het belastingstelsel er hopeloos ingewikkeld van wordt. Maar misschien is het voor de gelijkheid een zegen, suggereert dit onderzoek.
Toch is die inkomensgelijkheid een wezenlijk, maar ook beperkt deel van de werkelijkheid
Is er dus niks aan de hand? Nee. Dat Nederland een zeer gelijk land is in de inkomensstatistieken wisten we al. Dit nieuwe onderzoek zet het nog eens inzichtelijk en beter onderbouwd op een rij. En dat overheidsbeleid voor de mensen met de laagste inkomens resultaat boekte, is goed om te lezen: het beeld van één en al neoliberale kommer en kwel is overtrokken. Toch is die Hollandse inkomensgelijkheid een wezenlijk, maar ook een beperkt deel van de werkelijkheid.
Ongelijkheid manifesteert zich hier op andere manieren. In het onderwijs waar de kansenongelijkheid tussen kinderen toeneemt. Op de arbeidsmarkt waar de kloof groeit tussen kansrijken (vaste baan, behoorlijk inkomen, veel zekerheid) en kansarmen (flexbanen, laag inkomen, weinig zekerheid). Op de woningmarkt tussen huurders en huizenbezitters. En financieel tussen mensen met en zonder vermogen. Want in díé vermogensstatistieken is Nederland juist zeer ongelijk. Het zou zelfs kunnen dat we de inkomensongelijkheid onderschatten omdat Nederland sommige vormen van kapitaalinkomen niet goed meet, zei hoogleraar Bas Jacobs in juni in NRC.
Op al deze terreinen is beter beleid nodig, anders groeit de ongelijkheid. Bovendien wijst het rapport op nieuwe zorgen. Sinds 2011 groeit het aantal huishoudens met een langdurig laag inkomen weer. Het risico op armoede concentreert zich bij kinderen in gezinnen met een migratieachtergrond. Ongeveer 1 op de 13 kinderen groeit op in armoede, zei onderzoeker Koen Caminada in NRC: ongeveer twee per schoolklas. Bovendien neemt de armoede komende jaren fors toe, berekenden planbureaus SCP en CPB eerder al. Als Nederland gelijk wil blijven, is er voor een nieuw kabinet veel te doen.