Voor hen die Het Spaanse Kussen willen bezoeken uit nieuwsgierigheid naar de raadselachtige titel een fikse tegenvaller: geen Spanje en geen kussen(s) in de nieuwe cabaretvoorstelling van Lebbis. De titel moest er eerder zijn dan de inhoud en hij dacht er nog wel een leuk verhaal bij te verzinnen. „Maar ik bleek er helemaal niks mee te hebben.”
De dertiende solovoorstelling van Hans ‘Lebbis’ Sibbel (66), gaat wel over zijn „dankbaarheid naar de medische wetenschap, optimisme en mazzel”, zo kondigt hij aan. Ook vernemen we dat hij altijd zin in morgen heeft en geen neerslachtigheid of somberte kent. Aanvankelijk is dit mogelijk juist een tot somberheid en eenzaamheid stemmende boodschap voor hen die deze gevoelens wel kennen. Het is echter moeilijk om na het zien van Het Spaanse Kussen niet enigszins aangeraakt te zijn door de grenzeloze levenslust van Lebbis.
De voorstelling kent twee sporen. Zittend op een stoel vertelt Lebbis in fragmenten over een vervelende gebeurtenis die hem ruim tien jaar geleden trof. Auto-immuunziekte sclerodermie zorgde voor toenemende pijnen en ongemak, tot het moment dat hij alleen nog kon eten door zijn mond te openen met een speciale tang. Een ziekenhuistraject inclusief risicovolle stamceltransplantatie zorgde uiteindelijk voor een goede afloop. Komisch vertelt hij hoe hij op het randje van mogelijke onvruchtbaarheid wegens naderende chemotherapie heimelijk zijn ziekenhuisbed verliet om in het pand tegenover nog snel zaad te doneren.
Heftig verhaal
Vanavond gaat hij zíjn verhaal vertellen, „vanavond gaat over mij”, zegt Lebbis meermaals. Dat is prima, maar een heftig verhaal resulteert niet per definitie in het interessantste verhaal. Op de momenten dat het weinig meer is dan het verslag van een ziekenhuistraject vraag je je af waarom Lebbis dit eigenlijk precies vertelt. Zijn bewondering voor het ziekenhuispersoneel en de medische wonderen is hartverwarmend, maar wat mager om voortdurend te boeien.
Sterker zijn de momenten waarop Lebbis uit zijn stoel opstaat en vertelt over andere zaken die hem bezighouden. In een aantal grappige en kenmerkende Lebbis-tirades (geduldig opbouwen, schreeuwend eindigen) krijgen onder andere Max Verstappen („een lul”) en Taylor Swift („ook een lul”) ervan langs wegens hun hebzucht.
Ook verhalen over problemen bij het kopen van een Mr Marvis-broek en deelname aan de nationale tuinvogeltelling zijn prikkelend. Wanneer Lebbis vertelt hoe hij tijdens de vogeltelling het beste tel-halfuur wil kiezen is dat grappig en veelzeggend. Zo’n verhaal over competitief genieten zegt veel over Lebbis – en de menselijke geest in het algemeen.
In het slot wil hij „laten zien wat het betekent om een visser te zijn”. Hij heeft foto’s meenomen en we zien Lebbis in Noorwegen, Indonesië, Suriname en Guyana stralend met gigantische meervallen, heilbotten en barbelen in zijn handen staan. Hij vertelt hoe belangrijk deze natuurervaring voor hem is en betoogt dat vissen zoals hij dat doet niet schadelijk is. Hoewel daar best een tegenargument voor te verzinnen is, is het aandoenlijk om een man zijn meer-dan-een-hobby zó vurig te zien verdedigen. Het Spaanse Kussen beklijft dan ook als een opwindend en overtuigend monument van Lebbis’ lust for life.