In De Republiek beschrijft Plato mensen die hun leven lang in een grot vastgeketend zitten en denken dat het schaduwspel op de muur waar ze altijd naar hebben gekeken, de werkelijkheid is. Als er eindelijk iemand uit de grot ontsnapt en buiten komt, wordt hij verblind door het felle daglicht. Hij kan zijn ogen amper openhouden en voelt zich beroerd. Maar het went, langzaamaan. Hij gaat vormen onderscheiden. Die vormen, leert hij, zijn Ideeën. En Ideeën, dat is wat ‘waar’ is. De rest is allemaal illusie. Dat beeld spreekt hem aan. Jaren later, als hij de kans krijgt om terug te gaan naar de grot, moet hij er niet aan denken. Hij wil liever in de waarheid leven dan in het halfduister van zijn oude waanbeelden en meningen. Plato’s boodschap is dat we allemaal grotbewoners zijn en dat we het licht pas zien als we ons tot de filosofie wenden, de bron van ware kennis.
Vraag voor onder de kerstboom dit jaar: wat als iemand die de grot verlaat niet onder de indruk is van de helverlichte, harde waarheid buiten en bij de eerste de beste gelegenheid terug wil, die beschutte grot in met zijn schaduwen en warmte, waar je lekker kunt wegdromen? Die vraag stelt Mark Lilla, historicus aan Columbia University, in zijn nieuwe boek Ignorance and Bliss; On Wanting Not to Know. Een uitstekende vraag. De mensheid heeft meer informatie tot haar beschikking dan ooit. Toch is een van de grote gevechten van deze tijd dat tegen desinformatie, samenzweringstheorieën en bijgeloof. Amerika krijgt een minister van Gezondheid die vaccins tegen kinderziektes wil afschaffen omdat die meer mensen zouden doden dan levens redden. In Hongarije kan iedereen met kritiek op het regime ervan worden beschuldigd op de payroll van George Soros te staan. De Russische president beweert dat de NAVO Rusland van de kaart wil vegen en dat de oorlog in Oekraïne een kwestie van zelfverdediging is. Goed, politieke leiders zijn vaak cynisch en beweren n’importe quoi om stemmen te trekken. Maar feit is: miljoenen mensen geloven dit. En velen wíllen het ook geloven, stelt Lilla: „Aristoteles betoogde dat alle menselijke wezens willen leren, willen weten. Maar ervaring leert ons dat iedereen tegelijkertijd ook niet wil weten, soms heel erg niet wil weten.”
Amerika krijgt een minister van Gezondheid die vaccins tegen kinderziektes wil afschaffen
Het aardige aan dit boek over onwetendheid is dat het geen lans breekt voor kennis, cultuur en wetenschap. Dat was een volmaakt oninteressante inkopper geweest voor deze intellectueel. Nee, hij waarschuwt lezers juist om geen simpel oordeel te vellen over mensen die emotie boven rede plaatsen, alsof ze tot een andere categorie behoren dan diegenen die in de geest van de Verlichting op zoek zijn naar objectieve informatie, achtergronden of verdieping. Die tegenstelling is vals, betoogt Lilla.
Hij heeft gelijk. De zucht naar meer kennis heeft deels dezelfde oorsprong als de zucht naar minder kennis – namelijk verlangen (het verlangen om te lezen of juist iets anders te doen). Velen kennen het bijna fysieke geluksgevoel dat een interessant boek kan opwekken, én het verlangen om de tv uit te zetten en geen nieuws meer te kijken. Elk mens draagt de wil om te weten en de wil om niet te weten in zich. Sommige dingen wil je weten, andere ontvlucht je liefst. Ook in de grootste intellectueel strijden die twee constant om de voorrang. Over die tweestrijd gaat dit boek.
Het verschijnt op een moment waarop steeds meer mensen de waarheid ontkennen, en waarop utopisme in de politiek terugkeert. Ingrediënten voor de perfecte storm, zoals we in Amerika zien. Maar het idee dat je boven homo fugiens kunt staan – diegene die de werkelijkheid ontvlucht – is verkeerd. Kijk uit het raam, lees geschiedenisboeken, en zie wat voor ellende de mens ondanks alle kennis en inzicht heeft aangericht en blíjft aanrichten. Geen reden voor zelfgenoegzaamheid, helaas.