Terug naar de krant

Bouterse heeft vele levens ontwricht

column
Leeslijst

Het is de tweede naam van Desiré Bouterse (1945-2024) en de eerste van mijn man: Delano, veelvoorkomend in Suriname. Dat ik de mijne in Nederland ontmoette, eind jaren 90, daar heeft Bouterse een hand in gehad. Terecht is er alle aandacht voor de 8-decembermoorden in 1982, waarbij vijftien prominente Surinamers werden afgemaakt, maar omdat Bouterse meer dan veertig jaar de machtigste man was van het land heeft hij de levens van veel landgenoten ontwricht. Zeker dat van de directe nabestaanden, maar op een veel prozaïscher manier ook het doen en laten van mijn man. Die, zeg ik er meteen bij, zeker niet is vernoemd naar de oud-militair, want bij zijn geboorte was Bouterse een onbekende tiener. Mijn Surinaamse schoonouders betoonden zich later hartstochtelijke tegenstanders van de man.

Eerst dit: na Bouterses militaire coup in 1980 die aanvankelijk het voordeel van de twijfel kreeg, ontwikkelde zich rap een breed maatschappelijk protest, vooral na de Decembermoorden van 1982. Mijn latere schoonfamilie, onder wie veel onderwijzeressen en verre van politieke activisten, liep mee in een protestmars. Macho-populist Bouterse typeerde die demonstratie meteen als een parade van ‘de dames op hoge hak’. Verwende elitaire vrouwtjes die zich roerden. Dat volkse, rancuneuze sausje om de alleenheerschappij mee af te blussen; Bouterse was de eerste noch de laatste die dat kunstje beheerste.

Daarna de dictatuurjaren en de Binnenlandse Oorlog (1986-1992), waarbij Bouterse strijd leverde met rivaal en latere coalitiepartner Ronnie Brunswijk. Een cynische drugsbende-oorlog, moet je het achteraf noemen. Mijn Delano, een stadsjongen, niet zo lang van de middelbare school, moest het leger in om in de jungle te vechten. Nog steeds zie je verdwaalde schimmen door Paramaribo lopen, op leeftijd inmiddels, met alle kenmerken van PTSS. Gek geworden in het oerwoud. Nog meer haalden het niet en zijn ter plekke neergeknald. Een helder zelfinzicht gaf mijn latere echtgenoot in dat hij wel eens bij die laatste categorie kon behoren.

Hij moest het land uit, maar in die tijd kon je als gewone, niet-gefortuneerde burger geen kant op: buitenlandse valuta wisselen, een visum regelen; de jungle-economie van Bouterse maakte het onmogelijk. Mijn Delano besloot de Marowijnerivier over te steken naar buurland Frans-Guyana. Bivakkeren bij een Franse vriend.

Maanden gewacht, contacten met familie in Nederland om geld te sturen, visum te regelen, daarna vliegtuig naar Parijs, door naar Nederland.

Te laat voor de inschrijving voor zijn favoriete studie, ‘liever-koekjes worden niet gebakken’.

Jaren later ontmoet ik hem, de Nederlands-Surinaamse man, die zich in een schertsende bui wel eens ‘politiek vluchteling’ wil noemen. Okay, overdreven. Maar dit niet: Hij is hier vanwege Bouterse; hij is levend en wel ondanks hem.

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.

Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 30 december 2024.

Mail de redactie

Ziet u een taalfout of een feitelijke onjuistheid?

U kunt ons met dit formulier daarover informeren, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken dan taalfouten of feitelijke onjuistheden worden niet gelezen.

Maximaal 120 woorden a.u.b.
Vul je naam in