Waarom nu juist de gebeurtenissen in Zuid-Korea me zo aangrepen? Nooit in het land geweest, ken hooguit wat Nederlandse adoptiekinderen, inmiddels ruimschoots volwassen, van Koreaanse origine. Maar kennelijk heb ik Zuid-Korea altijd tot ‘wij’ gerekend, het Westen, zoals ik dat ook doe met bijvoorbeeld Japan.
Een kleine week geleden, op 3 december, riep president Yoon Suk-yeol de noodtoestand uit: staat van beleg, militairen, echt het hele rijtje, plus de belofte de oppositie en nog wat andere dwarsliggers te muilkorven. Het was een klassieke coup, zoals ik me die altijd heb voorgesteld.
Gelukkig kwam er in Zuid-Korea veel, heel veel protest, en ook als er geen parlementaire meerderheid is om Yoon af te zetten, lijkt zijn junta-bewind er niet te komen.
Maar waarom was Zuid-Korea juist de druppel? Ik had het ook dichterbij huis kunnen zoeken: in Hongarije, Roemenië, Italië voor mijn part, waar het democratisch ethos nu ook niet bepaald bloeit. Wat te denken van eigen land, waar de regering per inlegvel de democratische rechtsstaat wilde garanderen. Vege tekenen zijn er genoeg en dan laat ik de Verenigde Staten er nog genadiglijk buiten.
Maar de Zuid-Koreaanse president Yoon wist in één dag de grote klap uit te delen: speciale uitzending op tv, oproep tot kalmte èn gehoorzaamheid, militairen die het parlement proberen te bezetten: alles klopte, alles wat ik vrees in mijn naoorlogse hoofd. Want zo’n coup heb ik van nabij nooit meegemaakt, het is hooguit het filmische bewustzijn dat hier spreekt: zo ziet de afschaffing van de democratie er uit. Kladderadatsch , drama, in een keer zijgt het democratische gebouw ineen. Vanaf die dag is alles onvoorstelbaar anders.
President Yoon gaf een modelvoorstelling ten beste, als in een Koude-oorlogsfilm: hij belichaamde een cliché dat iedereen herkent.
Nu over naar die andere film, in slow motion gedraaid: de langzame uitholling, druppel voor druppel, van het rechtsstatelijke fundament: de niet opzienbarende, maar uiteindelijk desastreuze reeks van ingrepen die de democratische gezindheid ridiculiseren, totdat het iets van vroeger wordt, iets waar een geleerde elite sentimenteel over doet.
Het massale Zuid-Koreaanse protest, van mensen en politieke partijen – dat heeft iets tegengehouden. Sinds 1988 kent het land een volwaardige democratie, het geheugen weet nog dat het ook heel anders kan.
In West-Europa, ook in Nederland, vertoont het democratische bewustzijn onheilspellende gaten. Die 37 zetels van de PVV zijn democratisch vergaard, maar de PVV-kiezer zegt ook: een partijdemocratie ben ik niet waardig, dat is aan leider Wilders.
We zijn er ondertussen aan gewend geraakt, ook Wilders’ tegenstanders. De democratie wordt hier niet weggevaagd, maar verkruimeld. En dat leidt hooguit tot wat kruimelprotestjes.