Europa is bezig aan een grote inhaaloperatie. Het moet weer weerbaar worden en zijn verdediging opschroeven. En dat liefst een beetje snel ook.
Decennia heeft Europa zijn krijgsmachten verwaarloosd en een belangrijk deel van de verdediging uitbesteed aan een bevriende grootmacht. Nu wordt het continent van twee kanten in de tang genomen. Europa kampt met Russische dreiging én met twijfels over de toewijding van de nieuwe Amerikaanse president aan de Europese veiligheid. Heeft Europa zijn verdediging wel op tijd op orde?
„Europa”, schreef Rusland-kenner Keir Giles van denktank Chatham House in zijn nieuwste boek Who will defend Europe?, „is verwikkeld in een race tegen de klok waarvan de inzet onmogelijk hoger kan zijn.”
Rusland wint nog steeds terrein in Oekraïne en voert met sabotage-acties en cyberaanvallen een steeds agressievere schaduwoorlog tegen het Westen. Deze week bleek uit onderzoek van NRC dat ook een datakabel op de bodem van de Noordzee boven Terschelling mogelijk doelwit is geweest.
De NAVO waarschuwde in december al dat hybride-aanvallen kunnen leiden tot materiële schade en een groot aantal slachtoffers. De kans bestaat bovendien dat Rusland geen halt houdt bij Oekraïne en een keer een NAVO-lidstaat binnenvalt. Europa moet dus gelijktijdig Kyiv steunen, zich verweren tegen hybride-aanvallen én een verdediging optuigen die zo formidabel is dat Poetin het niet in zijn hoofd haalt de NAVO-grens over te steken.
Alsof dat nog niet genoeg is, treedt in Washington deze maand een nieuw team aan dat vindt dat Europa veel meer aan de eigen verdediging moet doen. Het is niet de vraag óf Europa binnen de NAVO taken van de VS moet overnemen, maar hoe snel dat moet gaan. Aanvankelijk reageerde Europa bewust vrij gelaten op de verkiezing van Donald Trump in de hoop een enigszins zakelijke relatie op te bouwen. Maar nu hij zijn oog heeft laten vallen op Groenland, grondgebied van een NAVO-bondgenoot, en het, desnoods met dwang, wil inpalmen, is het opeens de vraag of met deze man überhaupt te praten valt.
In de wereld van dreiging en verdediging bestaan weinig zekerheden. Want wie zegt eigenlijk dat Rusland zijn oog op een NAVO-land zal laten vallen? Op dit moment heeft Moskou de handen vol aan de Oekraïense verdediging. Maar dat hoeft niet zo te blijven. Moskou kan met Kyiv een staakt-het-vuren overeenkomen om daarna zijn krijgsmacht te laten herstellen van de schade die in Oekraïne is opgelopen. Dat kan snel gaan: Rusland produceert van sommige types munitie en wapens in drie maanden evenveel als de NAVO in een jaar.
Sommige Rusland-experts zijn ervan overtuigd dat Poetin niet meer terug kan naar een situatie zonder externe vijand. Daarom blijft het van belang dat Europa weet wat het moet doen in het meest besproken aanvalsscenario: Russische tanks dringen enkele tientallen kilometers een van de Baltische landen binnen en Poetin bedreigt de verdedigers met een nucleair wapen.
Poetin, schrijft Giles, weet dat hij de NAVO in een grote confrontatie militair niet kan kloppen. Maar, hij zou wel eens kunnen geloven dat hij de NAVO politiek kan verslaan. Mocht blijken dat NAVO-landen elkaar in geval van nood niet of slechts aarzelend zouden helpen, dan heeft Poetin al gewonnen.

Een feestje voor Poetin
Twijfels aan de eenheid binnen de alliantie halen de geloofwaardigheid van afschrikking onderuit. Daarom is het belangrijk dat Trump zich openlijk committeert aan Artikel 5 van het NAVO-Verdrag waarin de belofte is vervat dat bondgenoten elkaar te hulp schieten.
Zonder Amerikaanse hulp is Europa nu niet te verdedigen. De VS leveren manschappen en materieel en ze hebben de beschikking over onmisbare vaardigheden en systemen die Europa simpelweg niet heeft. Denk aan intelligence. Daarnaast is Europa in belangrijke mate aangewezen op de Amerikaanse wapenindustrie. Bovendien rust de afschrikking van de NAVO voor een groot deel op het Amerikaanse kernarsenaal. Het ontvlechten van Europa en de VS zou voor beide traumatisch zijn en een feestje voor Poetin.
De signalen uit Washington zijn niet eenduidig. De NAVO-top zegt keer op keer dat Trump het bondgenootschap niet de rug toe zal keren. Tegelijk maakt Trumps team steeds weer duidelijk dat de concurrentie met China belangrijker is dan het gevecht in Europa.
Verenigde Staten betalen overgroot deel NAVO-budget
Het gaat er niet om Europa aan zijn lot over te laten, schreef Trumps beoogd staatssecretaris voor Defensie Elbridge Colby vorig jaar. Het gaat erom „onze Europese bondgenoten aan te zetten om zelf als eerste verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen defensie”. Colby voorzag een transitie in samenspraak, maar onderstreepte ook dat de VS manschappen aan Europa kunnen onttrekken als die nodig zijn in Azië – „zelfs als Rusland als eerste aanvalt”.
Colby is niet Trump en een opiniestuk is geen beleid, maar het is wel zeker dat de NAVO zich moet opmaken voor ongemakkelijke discussies. Een eerste testcase voor de toewijding van Trump aan Europa en de NAVO is Oekraïne. Trump wil af van de Amerikaanse steun voor Kyiv. Vooruitlopend op zijn presidentschap heeft de NAVO daarom alvast een aantal taken – zoals de coördinatie van wapenleveranties aan Oekraïne – overgenomen van de VS.
Trump koerst aan op onderhandelingen over een staakt-het-vuren die hij binnen een half jaar hoopt af te ronden. Als hij Kyiv zou dwingen tot vergaande concessies en militaire en financiële steun snel terugschroeft, wordt dat in Moskou ongetwijfeld als een teken van zwakte geïnterpreteerd. Trumps opmerking over Groenland voorspelt niet veel goeds. Want hoe sterk sta je tegenover Poetin als je als Amerikaanse president zélf territoriale ambities koestert? Stevenen we af op een ordening waarbij sterke mannen gebied inpalmen en dat van elkaar gedogen: de Donbas voor Poetin, Groenland voor Trump en Taiwan voor Xi?
Het is, zoals altijd, moeilijk te bepalen hoeveel delen grootspraak op hoeveel delen serieus dreigement in de uitspraken van Trump en zijn entourage zitten. Maar ook als de Amerikaanse betrokkenheid bij Europa niet zou wijzigen; de Russische dreiging blijft. Europa, kortom, moet zich herbewapenen. Hoe groot is die opgave en hoever is Europa gevorderd?

Met de Russische annexatie van de Krim in 2014 begon het in Europa héél langzaam te dagen dat het wat al te voorbarig was geweest om krijgsmachten vergaand af te slanken en de plannen voor de verdediging van Europa te laten verstoffen in de ladekasten van de NAVO. De bondgenoten beloofden elkaar plechtig meer uit te geven aan defensie, maar er gebeurde vrijwel niets. Rusland bleef nog jaren een bevriende natie waarmee de NAVO regelmatig vergaderde.
Pas met de schok van de grootschalige Russische invasie in Oekraïne, in februari 2022, begrepen veel Europeanen dat het menens was. De NAVO verstevigde de verdediging aan de oostflank, 40.000 militairen kwamen direct onder het commando van de NAVO-opperbevelhebber, de defensiebudgetten gingen omhoog en Oekraïne kreeg omvangrijke militaire en financiële steun. In drie jaar tijd gebeurde veel, maar het is niet genoeg, zo blijkt.
De defensie-uitgaven lagen in 2024 50 procent hoger dan in 2014. Maar nog steeds haalt éénderde van de NAVO-lidstaten de uitgavennorm van minimaal 2 procent van het bruto binnenlands product per jaar niet. Bij de onderpresteerders horen rijke en grote landen als Spanje, Italië, België en Canada. Regionale grootmachten Duitsland en Frankijk halen de norm maar nét. De big spenders in Europa zijn de landen aan de oostflank met Polen (4,1 procent) als opvallende koploper.
Grote Europese landen halen NAVO-norm niet
(Turkije hoort in bovenstaande grafiek tussen Frankrijk en Tsjechië te staan. De Turkse defensie-uitgaven zouden in 2024 2,09 procent hebben bedragen).
De oostelijke en noordelijke landen nemen de dreiging veel serieuzer dan landen in het westen en zuiden. Dat is misschien begrijpelijk gezien de nabijheid van de dreiging, maar mocht het fout gaan, dan zijn die landen aangewezen op de rest voor steun. En omgekeerd geldt dat heel Europa dan is aangewezen op de oostflank om de eerste klap op te vangen. En dan is er ook nog een kleine groep landen met regeringen die graag tegen Poetin aanschurken, met de Hongaarse premier Viktor Orbán als vaandeldrager.
Als reactie op de Russische agressie heeft de NAVO de plannen voor de verdediging omgegooid en fors uitgebreid. Om die ideeën in praktijk te brengen moeten de defensie-uitgaven naar 3 tot 3,5 procent per jaar, rekende NAVO’s hoogste militair Rob Bauer voor. Als de VS hun bijdrage aan de verdediging terugschroeven, zou dat nog meer moeten worden. In de aanloop naar de NAVO-top deze zomer in Den Haag moeten de bondgenoten overeenstemming zien te bereiken over een nieuw streefgetal. Trumps openingsbod is 5 procent, hetgeen de VS zelf niet halen.
Een langdurige oorlog
De hogere uitgaven, het nieuwe gevoel van urgentie en de nieuwe plannen leidden tot een situatie die er kort gezegd op neer komt dat de NAVO in staat is om oorlog te voeren, maar dat vermoedelijk niet lang kan volhouden, constateerden onderzoekers van denktank CSIS. „Terwijl de NAVO klaar moge zijn voor oorlog, blijft de vraag of de NAVO klaar is voor een langdurige oorlog”, schreven ze vorige zomer in hun analyse Is NATO ready for War?
De verdediging van Europa bestaat uit nucleaire en conventionele afschrikking. De nucleaire afschrikking is voor het leeuwendeel in handen van de VS. Het Amerikaanse arsenaal is met 3.708 kernkoppen vergelijkbaar met de Russische voorraad van 4.380. Het Verenigd Koninkrijk beschikt over een kleine kernmacht (225 kernkoppen) die afhankelijk is van Amerikaanse raketten. Frankrijk is zelfstandig, maar heeft zijn kernwapens (290) buiten de NAVO gehouden. Parijs heeft aangeboden zijn kernmacht ook een Europese functie te geven, maar dat debat staat nog in de kinderschoenen. Veel landen vertrouwen liever op de enorme paraplu van de VS. En: kun je wel op Parijs bouwen als het erop aankomt?

Het conventionele arsenaal ziet er op papier indrukwekkend uit. Zo hebben de NAVO-landen meer tanks, gevechtsvliegtuigen en militairen dan Rusland – zelfs als je de Amerikaanse inbreng niet meerekent. „Maar dat overwicht vertaalt zich niet noodzakelijkerwijs naar het slagveld”, schrijft CSIS. Zo hebben de Europeanen op papier ruim drie keer zoveel tanks als Rusland (6.652 versus 2.000), maar die zijn niet allemaal gevechtsklaar. Bovendien ontbreekt van alles om langdurig te vechten: de Europese landen hebben „aanzienlijke gaten” laten vallen in zeestrijdkrachten, luchttransport, luchtverdediging, raketten en munitie voor artillerie. „Een grote operatie in Europa is afhankelijk van de VS om de gaten te dichten.”
Het toonaangevende Institute for International Strategic Studies (IISS) in London concludeerde eind vorig jaar dat in korte tijd veel vooruitgang is geboekt, maar schreef ook: „Na decennia van verwaarlozing en onderinvestering moet er nog veel gebeuren.” Wederopbouw van de Europese defensie „is een lange weg”.
Secretaris-generaal van de NAVO Mark Rutte zei in zijn opvallend alarmerende maidenspeech in december dat de verdediging nu op orde is, maar dat hij zich ernstig zorgen maakt over veiligheid over vier tot vijf jaar. Rutte gaat ervan uit dat de dreiging van Rusland, met steun van Noord-Korea, Iran en China zal aanhouden.
De NAVO, zei Rutte na afloop, heeft vastgesteld waar de komende vijf jaar behoefte aan is om Europa te verdedigen en wat bondgenoten moeten bijdragen. „Nu wordt bediscussieerd wat per land nodig is. En dan zie je gewoon de gáten die er zitten om wat je écht nodig hebt.” Als voorbeelden noemde hij luchtafweer, lange-afstandwapens en logistiek. „Als Poetin nu een vinger naar ons uit zou steken, dan kunnen we hem echt conventioneel verslaan. Maar over vier, vijf jaar wordt dat ingewikkelder en kan hij op een gegeven moment gaan denken: nou, misschien moet ik eens een poging gaan doen.”
Defensie versus zorg en onderwijs
Oorlogen worden in eerste instantie gevoerd door militairen, maar verdediging is een kwestie van een hele samenleving. Is er de politieke wil om geld naar defensie te sluizen dat anders naar zorg of onderwijs zou gaan? Is er draagvlak voor de herinvoering van (vormen van) de militaire dienstplicht? Kan de defensieproductie opgeschroefd worden? Is een rol weggelegd voor privaat geld? Dat zijn kwesties voor nationale overheden én voor de Europese Unie.
In het organiseren van geld, wapens en politieke steun voor Kyiv heeft de eerste Commissie van Ursula von der Leyen een belangrijke rol gespeeld. Tweederde van de steun voor Oekraïne (in geld én wapens) kwam uit de EU. Haar tweede Commissie, net aangetreden, heeft veiligheid bovenaan de agenda gezet. Voor het eerst is er een commissaris voor defensie en ruimte benoemd, Andrius Kubilius, voormalig premier van Litouwen.
Hij ziet het als zijn belangrijkste taak om de defensieproductie in Europa te verhogen. Bij verdediging gaat het al snel om grote bedragen. De verbetering van de infrastructuur om een deel van Ruttes logistieke problemen op te lossen komt op 200 miljard euro. Een luchtverdedigingsschild boven de hele EU kost circa 500 miljard. Kubilius hoopt dat in een nieuwe EU-begroting 100 miljard voor de defensie wordt gereserveerd. Nu is dat 10 miljard.
Aan het begin van 2025 is het streven naar veiligheid in brede zin het allesoverheersende thema in Europa. Begin volgende maand is een speciaal informeel overleg van EU-leiders over defensie gepland, waar naast Rutte ook de Britse premier Keir Starmer aanschuift. Als Europa weerbaarder moet worden, wil het het Verenigd Koninkrijk daar graag bij hebben. Zeker als er minder op de VS kan worden geleund.
Een conflict tussen de NAVO en Rusland kan makkelijk uitlopen op een strijd tussen samenlevingen, waarschuwde CSIS. Het wordt dan een concurrentie in onder meer weerbaarheid en voorbereiding, industriële capaciteit en aanvoerlijnen, voorraden en logistiek. En: „bovenal moeten NAVO-bondgenoten de ‘will to fight’ vinden, zoals Oekraïne heeft laten zien.”