Vignetten – dat was nou eens een goed idee. Minister Rita Verdonk wilde ze in 2004 gebruiken om te meten in hoeverre migranten waren geïntegreerd. Niet dat ze die op straat hoefden te dragen – partijgenoot Dijkstal zag al parallellen met „de Jodenster” – maar plaatjes met stereotypen van min of meer ingeburgerde migranten (‘Fouzia, 19, kijkt Goede Tijden Slechte Tijden maar ook Arabische zenders) konden héél nuttig zijn.
Over dat plan stak een stormpje op (ik hekelde het in NRC als een terugkeer naar de negentiende-eeuwse Wereldtentoonstelling van exotische volkeren). Geen vignetten dus.
Maar het is Groundhog Day in Holland. Twintig jaar later wil VVD-Kamerlid Bente Becker als aparte groep de culturele waarden van migranten en hun (klein?)kinderen gaan peilen – en een meerderheid van de Kamer stemde er nog mee in ook.
Verbijsterend – en zoals te verwachten verdrongen columnisten zich om de motie-Becker af te branden. Maar niet alleen links kastijdde haar, ook rechts blies afkeurend op de Dijkstal-saxofoon. De halve Kamer krabbelde in paniek terug.
Zelfs influencer Wierd Duk, die Nederland toch beter kent dan wie dan ook en nog optrok met Willem de Zwijger, was ontstemd. Het gaf geen pas om „iedere allochtoon die we hier hebben” verdacht te maken, klaagde hij op YouTubekanaal De Nieuwe Wereld. Sluit liever eens een moskee, om moslims duidelijk te maken „tot hier en niet verder”.
Woede op links, schaamte op rechts. Het laatste kun je natuurlijk hypocriet vinden. We willen wel ‘netjes’ blijven, terwijl we de moskeeën sluiten. Maar wie weet bevestigt het de overtuiging van filosoof Kwame Appiah dat morele vooruitgang inhoudt dat kwalijke opvattingen „eerloos” en dus beschamend worden gevonden. En er is nog iets veranderd, fundamenteel: de burgers over wie het gaat, die zich in het tijdperk-Verdonk nog vaak gedeisd hielden, spreken nu volop mee. Ze zijn, hoe heet het, geïntegreerd.
Het bizarre is intussen dat deugdelijk onderzoek naar integratie, niet bedoeld als knuppel, al lang wordt gedaan, wat Beckers motie nog dwazer maakt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau peilt al sinds de jaren tachtig periodiek de integratie van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en andere Nederlanders met een migratieachtergrond vergeleken met de rest van de bevolking. Dat gaat onder meer over taal, werk, waarden-oriëntatie, gezondheid en discriminatie.
Een citaat uit het meest recente onderzoek (2020), Gevestigd, maar niet thuis: „Mensen met een migratieachtergrond die al langer in Nederland zijn of in Nederland zijn geboren zijn somber over het politieke systeem en ervaren vaak discriminatie vanwege hun afkomst. De helft vindt Nederland geen gastvrij land voor mensen met een migratieachtergrond.’’
Heel leerzaam, écht onderzoek.