Fictie
Tien van de beste romans van Nederlandse en buitenlandse schrijvers, recent besproken in de boekenbijlage van NRC.

1. Neige Sinno: Trieste tijger
De Franse auteur Neige Sinno (1977) schreef de roman Trieste tijger over de verkrachting van een jong meisje door haar stiefvader. Haar boek is de weerslag van een leven lang nadenken over wat de schrijver als meisje is overkomen, maar ook is het een poging om alle aspecten daarvan te doorgronden. Ze waarschuwt haar lezer: haar tekst is geen bekentenis, eerder een zoektocht naar de waarheid, waarvan ze bij voorbaat al weet dat ze die nooit zal vinden. Sinno concludeert dat de literatuur haar niet kan redden. Het enige wat ze kan proberen is uit de dimensie van het duister te stappen en voetje voor voetje verder te lopen over het koord van haar lotsbestemming – en vooral niet struikelen. Negeren is geen optie. Nooit.

2. Viet Thanh Nguyen: De man met twee gezichten. Een memoir, een geschiedenis, een gedenkschrift
De Vietnamees-Amerikaanse schrijver Viet Thanh Nguyen (1971) is vier jaar oud als hij en zijn familie gedwongen worden om Vietnam te verlaten. Als vluchtelingen komen ze aan in de Verenigde Staten. In De man met twee gezichten vertelt Nguyen enerzijds over een jeugd in Amerika en de trauma’s die zijn opgelopen, anderzijds over hoe de VS met hun vluchtelingen omgaan. De man met twee gezichten is de persoonlijke uitwerking van zijn vorige boeken waarin woede over de opgelegde rol van immigranten van kleur sterk is en waar prachtig wordt verteld over het verschil tussen herinneren en vergeten.

3. Samantha Harvey: In orbit
Uitzoomen, dat doet de Britse schrijver Samantha Harvey (1975) in haar prijswinnende ruimtevaartroman In orbit. In scherpzinnige taal toont ze de aarde op een nieuwe manier, maar hoe nabij komt ze daarmee? Harvey beschrijft een etmaal van zes (fictieve) bemanningsleden van het ISS in hun omloopbanen, orbits, om de aarde. Zij zijn allemaal bevangen door een bewustzijnsverandering die astronauten vaker ervaren in relatie tot de aarde, het ‘overzichtseffect’. De kwetsbaarheid van het menselijk leven vult hun gesprekken, hun angsten en hun dromen. Zo ver van de aarde voelen ze zich meer dan ooit een onderdeel van deze blauwe bol in het universum.

4. Alba de Céspedes: Zoals zij het ziet
Zoals zij het ziet (1949) is geschreven vóór Het verboden schrift (1952), de verbluffende roman waarmee Alba de Céspedes (1911-1997) recent voor Nederland uit de vergetelheid is gehaald. Daarin fileerde ze het verbod op verbeelding voor de vrouw in het naoorlogse Italië. Met haar observatievermogen als vergrootglas ontvouwt De Céspedes het vrouwenleven in het verstikkend patriarchale, totalitair gedomineerde Italië als ‘één grote kluwen van verdriet en afwachting’. Alessandra staat aan de vooravond van haar trouwdag en weet zeker dat het met Francesco anders zal zijn, met hun eerste huwelijksnacht als bezegeling van hun intellectueel-romantische pact. Het draait uit op drie pagina’s teleurstelling.

5. Belcampo: De surprise en andere bizarre verhalen
Onlangs verscheen de biografie Groots en onbekommerd. Leven en werk van Belcampo, geschreven door Nico Keuning, die met zijn biografieën van onder anderen Bob den Uyl en Willem Brakman zijn sporen heeft verdiend. Belcampo was het pseudoniem van de Nederlandse schrijver Herman Pieter Schönfeld Wichers (1902-1990). Het is een soepel geschreven, prettig leesbare biografie geworden. Met foto’s tussen de lopende tekst, wat altijd prettig is. En niet alleen foto’s van personen, maar ook van andere zaken, zoals huizen die zijn bewoond, bestemmingen die zijn bezocht. Ter gelegenheid van het uitkomen van deze nieuwe biografie is een bloemlezing uit Belcampo’s verhalen uitgegeven: De surprise en andere bizarre verhalen.

6. Joost Oomen: Het paradijs van slapen
In Het paradijs van slapen, de nieuwe roman van Joost Oomen, neemt personage Gerrit Blauw het grootste deel van het verhaal in. Hij wil via euthanasie uit het leven stappen, maar is niet ziek, heeft geen pijn en beschouwt zijn leven als voltooid. Euthanasiearts Theo Engel ziet hem liever leven. Euthanasieartsen ‘zijn er om mensen uit het lijden te verlossen, niet om ze dood te maken om het doodmaken’. De roman steekt niet simpel in elkaar en het onderwerp is allesbehalve lichte kost. Het werk van Oomen draait om geluk, om schoonheid en uitgelatenheid – maar alleen lolligheid is natuurlijk geen verhaal. Voor het schrijven van deze roman interviewde Joost Oomen zijn vader, die in Friesland euthanasiearts is. Zijn boek is een hartgrondig pleidooi voor euthanasie bij een voltooid leven.

7. Thomas Schlesser: De ogen van Mona
Kunsthistoricus Thomas Schlesser (1977) behaalde in Frankrijk met zijn debuutroman De ogen van Mona tot nu toe een oplage van bijna een half miljoen exemplaren. De verhaallijn volgt Mona, een tienjarig meisje dat ineens korte tijd niets meer ziet, de artsen vrezen dat ze de kans loopt blind te worden. Psychische oorzaken mogen niet worden uitgesloten. In plaats van met haar naar een kliniek te gaan, stelt haar grootvader voor om zijn kleindochter mee te nemen naar musea zoals het Louvre. Een jaar lang bekijken ze iedere week samen één schilderij. ,,Ik wil laten zien dat kunst in dienst staat van het leven”, zegt Schlesser in een interview met NRC.

8. Teresa Präauer: Koken in de verkeerde eeuw
De Oostenrijkse schrijfster Teresa Präauer (1979) schreef de vermakelijke roman Koken in de verkeerde eeuw over een diner. Passieve agressie, luchtigheid en sociaal ongemak zetten er de toon. Een vrouw geeft een etentje om haar nieuwe woning in te wijden en een nieuwe levensfase in te luiden. Er zijn genode gasten en later komen er ongenode gasten. Hoezeer gastvrijheid met conflicten verbonden kan zijn, toont het gedrag van ernstig verlate gasten. Bij Präauer zien we subtiel dat de ongenode gasten uiteindelijk beter in de smaak kunnen vallen dan de genode, zeker als iedereen een paar slokken op heeft.

9. Vasili Grossman: Stalingrad
De roman Stalingrad, waarvan Leven en lot het vervolg is, van de Russische schrijver Vasili Grossman (1905-1964) is voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschenen. De vertalers Annelies de hertogh en Els de Roon Hertoge namen de Engelse vertaling van 2019 als uitgangspunt. Verder baseerden zij zich op hun vondsten in Grossmans oorspronkelijke manuscripten en dan vooral op die uit de derde, nooit gepubliceerde, versie van het boek. Daardoor is voor het eerst een zo compleet mogelijke editie van Stalingrad verschenen. Grossman excelleert in Stalingrad net als in Leven en lot in zijn karakteriseringen van gewone mensen in oorlogstijd.

10. Lize Spit: Autobiografie van mijn lichaam
Autobiografie van mijn lichaam, het nieuwe boek van Lize Spit, documenteert de aftakeling van haar moeder en van het zelfonderzoek dat dat proces bij haarzelf losmaakt. Het boek is daarvan de weerslag, in gedachten, herinneringen en inzichten. Op het moment dat de sterfelijkheid van haar moeder zich aandient, is er bij Spit ‘iets gekanteld’: een gevoel dat ze (nota bene) moeilijk kan omschrijven, totdat het tot uiting komt in haar taal. Jarenlang sprak ze over ‘mijn moeder’, ‘om de afstand die er was te kunnen duiden tegenover anderen’, nu denkt ze ineens over haar als ‘mijn mama’. Net als in haar eerdere boeken weet Spit opnieuw je keel dicht te knijpen.
Non-fictie
Tien van de beste non-fictieboeken, recent besproken in de boekenbijlage van NRC.

1. Harriët Duurvoort: De dochter. Herinneringen aan anders zijn
Harriët Duurvoort schreef het indrukwekkende boek De dochter over haar moeder. Eva is zes weken oud als ze in 1928 wordt geadopteerd door het streng gereformeerde verplegersechtpaar Jan en Saar uit Scheveningen. Haar biologische moeder was een Friezin en haar vader een Afro-Amerikaanse muzikant. Maar haar adoptieouders vertellen Eva niets over haar afkomst of dat ze geadopteerd is. Daar komt ze pas op haar vijftiende jaar achter. Tijdens haar leven stuit ze voortdurend op discriminatie en racisme. Het verhaal van Eva raakt ook aan bijna de hele geschiedenis van de twintigste eeuw. Duurvoort vertelt het verhaal op zo’n manier dat je door de ogen van haar moeder meekijkt naar die geschiedenis.

2. Vivian de Gier: ‘Geef me de ruimte’. Het eigenzinnige leven van Thea Beckman
Kinderboekenschrijfster Thea Beckman (1923-2004) werd als enig kind geboren in Rotterdam en groeide op in een socialistisch arbeidersmilieu. Ze was als kind ‘enigszins op zichzelf’ en las veel, vooral jongensboeken, ‘omdat daar tenminste wat in gebeurde’. Schrijfster wilde ze worden, of anders ontdekkingsreiziger. Onlangs is de biografie ‘Geef me de ruimte.’ Het eigenzinnige leven van Thea Beckman van Vivian de Gier verschenen. Ze maakt inzichtelijk waar Beckmans vrijheidsdrang vandaan kwam, alsook waarom haar boekenkinderen strijden voor zaken als autonomie, vrijheid en gelijkheid. De Gier besloot ‘een eerlijk portret te schetsen van wie Thea Beckman was, als vrouw en als schrijfster’. Waarbij ze ‘vooral licht wil laten schijnen op het belang van het grote oeuvre dat ze heeft nagelaten’.

3. Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen
Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, de Nederlandse vertaling van de oorspronkelijke Engelse editie, geeft context bij alle boeken van het Nieuwe Testament. Daarnaast zijn er nog ruim 250 pagina’s met veelal historische essays over wonderen, Dode Zee-rollen, farizeeën, opstanden, kunst en christologie. Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen geeft niet alleen commentaar met een Joodse inslag, maar raakt ook een diepe kern van de tekst. Want het basisboek van het christendom is door en door Joods. De veelbesproken ruzies tussen Joden en christenen in de eerste eeuwen van christendom vielen in werkelijkheid reuze mee.

4. Michelle van Tongerloo: Komt een land bij de dokter. Nederland door de ogen van een straatarts
Huisarts en straatarts Michelle van Tongerloo ziet hoe één of twee tegenslagen mensen dakloos kunnen maken en hoe ze vervolgens steeds verder afglijden in de maatschappij. Ze ziet ook dat het zorgsysteem het met strikte protocollen moeilijk maakt om de kwetsbaarste mensen effectief te helpen. In het boek Komt een land bij de dokter beschrijft ze hoe hulp aan dak- en thuislozen beter en anders kan, wat begint met de héle mens zien. Ze legt bloot hoe de verzorgingsstaat, ooit bedoeld om de meest kwetsbaren te beschermen, zijn primaire doel heeft verloren in bureaucratische complexiteit. Van Tongerloo zet onconventionele stappen om hen te helpen, vertelt ze in een gesprek met NRC.

5. Jolande Withuis: Moeder, antimoeder
Historica Jolande Withuis (1949) schreef het boek Moeder, antimoeder over haar communistische moeder, die zich geen zachtheid jegens haar dochter permitteerde, mede omdat ze emoties kleinburgerlijk vond. Withuis beschrijft het leven van haar moeder met begrip en zonder de pijn uit de weg te gaan. Beroepshalve probeert ze van haar moeder een historische persoonlijkheid te maken omdat ze alleen op die manier als dochter dichter bij haar kan komen (en misschien wel van haar kan gaan houden). Maar telkens wordt deze objectivering verstoord door herinneringen aan het betonnen karakter van haar moeder. Withuis heeft over dat drama een eerlijk en dapper boek geschreven.

6. Charlotte Van den Broeck: Een vlam Tasmaanse tijgers
Een miljoen soorten wordt momenteel met uitsterven bedreigd. De meeste zullen binnen enkele decennia net zo verdwenen zijn als de Tasmaanse tijger. ‘Ik probeer me voor te stellen wat dat betekent, écht betekent’, schrijft dichter en auteur Charlotte Van den Broeck (1991). Haar fenomenale en fraai geschreven boek Een vlam Tasmaanse tijgers gaat minstens zozeer over de mens als over een uitgestorven diersoort. Haar boek heeft één hoofdpersoon: de Tasmaanse tijger. Wat ís het verhaal van deze Tasmaanse tijger? Het hangt er maar net van af aan wie je het vraagt, zo blijkt. „Waarom voelen mensen zoveel bij een soort die er al niet meer is?”, zegt Van den Broeck in een interview met NRC.

7. Marcia Luyten: Kiezen voor democratie of voor dictatuur
Wereldwijd wordt de democratie bedreigd door populisme en sociale media, die het speelveld van de democratie ingrijpend hebben veranderd. In haar essay Kiezen voor democratie of voor dictatuur vertelt econoom en journalist Marcia Luyten (1971) hoe ze eind vorige eeuw een promotieplek kreeg om onderzoek te doen naar de gevolgen van internet voor de democratie. ‘Mijn veronderstelling was dat iedereen die waar ook ter wereld was aangesloten op het net op elk moment kon beschikken over alle mogelijke feiten. Little did I know. Little did we know.’ Luyten doet in haar essay suggesties over hoe we de polarisatie kunnen verminderen en de democratie kunnen versterken.

8. Zeinab Badawi: Afrika. Een Afrikaanse geschiedenis
De Brits-Soedanese journalist Zeinab Badawi (1959) heeft een meeslepende geschiedenis geschreven vanuit Afrikaans perspectief. In haar boek An African History of Africa. From the Dawn of Humanity to Independence leidt ze de lezer in sneltreinvaart door een labyrint van verhalen. Voor haar boek reisde ze naar meer dan dertig Afrikaanse landen om talloze academici en lokale vertellers te interviewen. „Ik wilde met het boek vooral laten zien dat Afrikanen altijd hun eigen lot hebben bepaald. Dat ze zich altijd hebben verzet tegen onderdrukking, ook wanneer ze geconfronteerd werden met koloniale machten.”, zegt ze in een interview met NRC.

9. Amitav Ghosh: Rook en as. De verborgen geschiedenissen van opium
Dat opium in China onder alle lagen van de bevolking werd gebruikt en normaal was, is een cliché dat niet op waarheid berust, stelt de Indiase schrijver Amitav Ghosh (Kolkata, 1956) in zijn boek Rook en as. De verborgen geschiedenissen van opium. Het produceren van opium was niet het gevolg van een Chinese traditie, ‘de drug was een instrument geweest in het bouwen van een koloniale macht’. Nederland had de twijfelachtige eer om als eerste de handelswaarde van opium in te zien. De Britten in India perfectioneerden volgens Ghosh het eerste ‘wereldwijde drugskartel’. Wat dat voor India betekende én voor de wereld – en nog steeds betekent – is het uitgangspunt in zijn indrukwekkende boek.

10. Richard J. Evans: Hitlers mensen. Gezichten van het Derde Rijk
Het nieuwe boek Hitlers mensen van de Britse historicus Richard Evans (1947) bestaat uit biografieën van Adolf Hitler en 21 van zijn handlangers. Evans verdeelt deze nazi’s onder in drie categorieën: de Paladijnen, de Uitvoerders en de Werktuigen. Hij benadrukt dat de daders in zijn boek niet krankzinnig waren. Het naziregime schiep een systeem dat zijn aanhangers stimuleerde daden te plegen die onder andere omstandigheden onvoorstelbaar waren. Door de individuele levensverhalen van deze misdadigers te plaatsen in een brede maatschappelijk context, besluit Evans, ‘kunnen we beginnen in te zien wat in onze tijd de democratie en handhaving van de mensenrechten bedreigt, en er actie tegen ondernemen’.